Zonder categorie


Hoog tijd om de schijnwerpers te richten op het klimaat, milieu en ecologie, dacht Boek.be, de organisator van de jaarlijkse Boekenbeurs. Gaat de wereld om zeep? Hoe erg is het gesteld met de vervuiling en het gat in de ozonlaag? Maar vooral: wat kunnen we er zelf aan doen?

Op dinsdag 11 november kom je het te weten, in debatten, toneelvoorstellingen en interviews.

Don Kyoto trekt ten strijde. Als de groene ridder Don Kyoto neemt Dimitri Leue het op voor het milieu en trekt ten strijde voor meer windmolens. Hij komt speciaal met zijn fiets naar de Boekenbeurs om ons van zijn aanklacht tegen onze consumptiemaatschappij te overtuigen. (11u, blauwe zaal, vanaf 10 j).

Groen zijn is hip! Milieubewust leven houdt allang niet meer in dat je geitenwollen sokken draagt. Machteld Stilting (van Hip is groen) en Lisette Kreischer (auteur van Veggie in pumps) tonen je de weg naar een ecofabulous leven. Martine Prenen luistert geboeid toe. (11u30, gele zaal)

Planeet op drift? Oscar Vanderborght geeft u een inzicht in de werkwijze van de ingrijpende veranderingen van onze leefomgeving, in het hoe en waarom, in de gevaren en gevolgen, in de mogelijke oplossingen en de te nemen voorzorgen. (11u30, oranje zaal)

Van eiland tot wereld. Hoe staat het met onze wereld? Hoe kunnen we hem beter maken? VRT-journalist Dirk Barrez (‘Van eiland tot wereld’) stelt u een programma voor een menselijke samenleving voor en heeft 102 concrete suggesties. Utopisch of gewoon haalbaar? (12u, blauwe zaal)

Duurzaam leven. Een levensstijl nastreven die niet ten koste gaat van toekomstige generaties ligt binnen handbereik. Wat zijn de ecologische dilemma’s? En wat zijn de alternatieven? Niko Roorda legt het in klare taal uit en stimuleert ons om buiten de gebaande paden te denken. (13u, blauwe zaal)

Vogels zijn het beschermen waard. Vooral vogels geven als geen andere diergroep de toestand van natuur en milieu aan. Vogelbescherming Vlaanderen zet zich in voor alle in het wild levende vogels en inheemse zoogdieren. Directeur Jan Rodts geeft een boeiende voordracht over de activiteiten van zijn vereniging.(13u30, gele zaal)

Duurzame ontwikkeling. Het is hoog tijd om het tij te keren. Aviel Verbruggen, energie- en milieu-econoom en auteur van De ware energiefactuur, en Geert Noels, hoofdeconooom van Petercam en auteur van Econoshock, praten met An Goovaerts over de teloorgang van ons klimaat en de economische schokken die onze wereld fundamenteel zullen veranderen. (14u, blauwe zaal)

Interview met Peter Tom Jones in De Standaard van 23 februari 2008.

We weten wel dat de aarde opwarmt, maar we doen er niets aan. ‘Omdat groene keuzes duurder zijn, omdat we alleen aan het hier-en-nu denken en omdat we nu eenmaal onduurzame gewoontes en routines hebben’, zegt klimaatexpert Peter Tom Jones.

De Europese Commissie besliste een maand geleden dat België tegen 2020 zijn CO2-uitstoot met 15 procent moet verminderen en dat 13 procent van zijn verbruik uit hernieuwbare energie moet komen. Om de opwarming van de aarde tegen te gaan, zijn dat absolute minima, volgens klimaatexperts zijn deze engagementen een absoluut begin. Toch is het nog steeds business as usual want er zijn geen politici die grootse plannen bekendmaken om radicaal het roer om te gooien. “Het politiek systeem is gericht op het hier-en-nu. De drempel die daarvan uitgaat, is niet te onderschatten. De resultaten van een goed klimaatbeleid zijn pas op middellange termijn zichtbaar, terwijl de kosten wel nu gedragen moeten worden”, zegt Peter Tom Jones, burgerlijk ingenieur milieukunde en doctor in de toegepaste wetenschappen.

Van onze redactrice Inge Ghijs (BRUSSEL)

Maar ook het bedrijfsleven ziet het blijkbaar niet zitten. Het VBO zei dat de inspanning die aan België wordt gevraagd, te hoog is. Topman Rudi Thomaes waarschuwde ervoor dat België dreigde te verarmen en jobs zou verliezen.

‘Zo’n uitspraak van het VBO maakt me erg boos. Een ecologisch verantwoorde economie is een positief verhaal, het wordt tijd dat men dat inziet. Het Europees vakverbond heeft een rapport gemaakt over de gevolgen van een klimaatbeleid voor de werkgelegenheid. Het komt tot de conclusie dat als we in de EU tegen 2030 onze CO-2-uitstoot met 40 procent verminderen, het aantal jobs met 1,5 procent zou toenemen. Hernieuwbare energie vraagt meer jobs dan kernenergie. Er zullen nieuwe bedrijven ontstaan die de missing links zullen vormen tussen andere bedrijven om afvalstromen nuttig in te zetten. Hier zijn veel mogelijkheden, maar er is vooralsnog te weinig onderzoek naar.’ ’In datzelfde rapport staat ook dat de gezondheidskost dankzij een klimaatbeleid drastisch zal dalen. Door schone technologie en een duurzaam beleid in industrie en transport zal er immers ook minder fijn stof en smog in de lucht zitten.’

In een rapport dat vorige week werd voorgesteld tijdens de European Business Summit, werd ook gewaarschuwd dat als Europa niet oppast, het de boot om een nieuwe klimaatgedreven industrie op te bouwen, zal missen.

‘Toch is er bij ondernemingen veel aan het veranderen. De koplopers in de industrie beseffen maar al te goed dat een groen productiebeleid een opportuniteit is in plaats van een last. De petrochemie begint na te denken over een omschakeling naar biomassa als grondstof voor haar producten. Sidmar staat inzake efficiëntie aan de top in zijn domein. Umicore is volledig gewonnen voor het hoogwaardig sluiten van kringlopen. Grote bedrijven zijn niet groen omdat het mode is maar omdat het in hun eigen belang is om eco-efficënt te worden. Dat je met een groen beleid winst kunt maken, weten ze bij Umicore maar al te goed. Wij leven in een land dat alle kennis in handen heeft: Imec is wereldleider op het vlak van zonnecellen. Des te erger is het dat de overheid niet massaal de groene kaart trekt.’

Volgens het IPCC, de klimaatorganisatie van de VN, moet tegen 2050 de CO2-uitstoot met 50 procent dalen. Dat betekent voor het Westen een daling met 80 procent. Is dat wel realistisch?

‘Er zijn twee complementaire wegen om de duurzaamheidstransitie te realiseren: gedragswijziging én eco-efficiëntie (slimme en zuinige technologie, sluiten van kringlopen). Voor een groot deel is die kennis al beschikbaar. Soms volstaat de technologie. Voor wonen bijvoorbeeld. De milieu-impact van onze manier van wonen (verwarming, elektriciteitsgebruik) kan met 75 procent verminderd worden als we de techniek van passiefhuizen zouden gebruiken. En dat voor een meerkost van 8 tot 10 procent tijdens de aankoop van de woning. Dat is meteen terugverdiend.’

‘Om de milieu-impact van mobiliteit even drastisch te verminderen, hebben we de best beschikbare technologie nodig om propere en zuinige wagens te produceren, maar daarmee zullen we er niet komen. We moeten ook ons gedrag aanpassen: meer openbaar vervoer, meer met de fiets, car sharing… Daar is politieke wil en een maatschappelijk draagvlak voor nodig.’ ’Wat voeding betreft moeten we het bijna volledig hebben van ons gedrag. De vleesconsumptie is volgens de VN-landbouworganisatie verantwoordelijk voor 18 procent van de broeikasgassen: niet alleen CO2 maar ook het veel schadelijkere lachgas. Hier kun je alleen iets aan doen door veel minder vlees te eten en meer regionale en seizoensgebonden producten.’

We zijn wel bereid om nieuwe technologie aan te schaffen, maar helaas veel minder bereid om ons gedrag aan te passen.

‘Het grootste deel van de bevolking is zich goed bewust van de milieuproblematiek. Maar mensen passen vooralsnog hun gedrag niet aan. Dat komt door vier types van barrières: ten eerste een structurele barrière door het politieke kortetermijndenken en de foutieve economische prijszetting. Het is toch pervers dat een vliegtuigticket naar Zuid-Frankrijk tien keer goedkoper is dan een treinticket. Een tweede barrière is er door het dominante hier-en-nu-denken. Nu we volop aan het botsen zijn op de grenzen van de draagkracht van de aarde, hebben we juist behoefte aan een planetaire visie op lange termijn. Ten derde is er een barrière op het vlak van attitudes: er zijn nog altijd klimaatsceptici die beweren dat er geen probleem is. De invloed hiervan is nefast. En tenslotte heb je de barrière van ons persoonlijk gedrag: wij hebben nu eenmaal onduurzame gewoonten en routines.’

Hoe bereik je dan dat mensen hun gedrag wel aanpassen?

‘In de Engelse vakliteratuur spreken ze over de vier e’s. Ten eerste enable: maak verandering mogelijk, aantrekkelijk en eenvoudig. Als ik in Limburg een lezing moet geven, dan is er wegens het gebrekkige aanbod keer op keer een probleem om na 22.30 uur per trein terug te geraken.’ ’Encourage, moedig gedragsverandering aan. Bijvoorbeeld door duurzame keuzes financieel aantrekkelijk te maken. Exemplify houdt in dat de overheid als grootste consument in een economie het goede voorbeeld moet geven. Een groen openbaar aanbestedingsbeleid kan een wereld van verschil maken. Door massaal over te schakelen op milieuvriendelijke producten en diensten geeft de overheid een extra stimulans aan deze nieuwe sectoren (bijvoorbeeld passiefhuizen en hernieuwbare energie).’

‘Het gedrag van de overheid heeft een enorme signaalfunctie. Inconsistente keuzes ondermijnen alle andere pogingen om duurzaamheid te promoten. Neem nu de VRT. Canvas brengt het programma Iedereen eco, over de manieren waarop je je ecologische voetafdruk kunt verkleinen. Maar in Vlaanderen vakantieland roept men de kijkers op om goedkoop naar Nieuw-Zeeland te vliegen. Terwijl de voetafdruk van zo’n reis ongeveer even groot is als het eerlijke aarde-aandeel dat per persoon per jaar beschikbaar is. Ten slotte, engage: betrek zoveel mogelijk mensen bij veranderingsprocessen. De klimaatwijken, waarbij verschillende mensen in een wijk samen proberen om hun CO2-uitstoot te verminderen, zijn daar een prachtig voorbeeld van. Samen is plezanter dan alleen.’

“Het klimaat boek” is een samenwerking tussen de schrijvers Els Keytsman en Peter Tom Jones. Keytsman is licentiate in de toegepaste economische Wetenschappen en gegradueerde bedrijfsmanagement. Jones is burgerlijk ingenieur milieukunde, doctor in de materiaalkunde en werkzaam als postdoctoraal onderzoeker aan de KULeuven.

Aan de hand van enkele duidelijke wetenschappelijke voorbeelden in deze huidige klimaatcrisis, proberen ze maatregelen en oplossingen te bieden die voor iedereen haalbaar zijn.

Klimaat, opwarming van de aarde en milieu, woorden die momenteel dagelijks in de mond worden genomen. Nog niet zolang gelden gaf niemand ook maar enige aandacht aan dit onderwerp maar nu zijn we op een punt gekomen dat de klimaatcrisis niet meer weg te denken is. Het is zelfs een hip onderwerp geworden.

“Het klimaat boek” confronteert ons met de meest maatschappelijk gerelateerde problemen die deze crisis voort brengen. Aan de hand van onze ecologische voetafdruk worden we erop gewezen hoe ook wij ons steentje bijdragen aan de opwarming en vervuiling van de aarde.
In het tweede deel worden er, zoals de schrijvers zelf zeggen, realistische ecologische oplossingen aangeboden. Eerst reiken ze nationale maatregelen aan maar botsen echter duidelijk op de starre houding van onze regering die graag hoog van de toren blaast maar weinig echt realiseert. Omdat ze het niet enkel op grote schaal zijn, bieden ze Voor de bevolking worden er eveneens haalbare voorstellen aan.
In het laatste deel van het boek geven de schrijvers hun visie over hoe ons land het klimaatbeleid zou moeten aanpakken met een duidelijk en concreet 10-stappenplan.

Zoals ik reeds eerder vermeldde is klimaat hip waardoor dit soort boeken nu massaal op de markt komen. Het positieve is dat dit inhoud dat er waarschijnlijk ook meerdere mensen in contact zullen komen met dit toch wel aanzienlijk groot probleem. “Het klimaat boek” is dan ook een toegankelijk boek voor brede lagen van de bevolking. Naar mijn mening wordt er misschien iets teveel naar cijfers die niet iedereen in zijn context zal kunnen plaatsen verwezen. Het blijft echter een vlot boek waaruit ik werkelijk iets geleerd heb.

 

Opiniestuk van Jean-Pascal van Ypersele, Peter Tom Jones, Philippe Huybrechts en Serge de Gheldere, verschenen in De Standaard van 12/11/2007.

’Het is onbezonnen voluntaristisch om te wachten op een signaal van de markt (een drastische verhoging van de olieprijs) vooraleer een ernstige CO2-reductie na te streven’, vinden vier klimaatexperts in reactie op de ’economische klimaatscepticus’ Johan Albrecht.

Ondanks de onmiskenbare wetenschappelijke bewijslast blijft het klimaatscepticisme op veel belangstelling rekenen. Na de uitzending van Martin Durkins documentaire The Great Global Warming Swindle, Bjorn Lomborgs nieuwe boek Cool It, is het nu de beurt aan Johan Albrecht die met zijn kersverse boek ’Klimaatrelativisme’ een nieuw hoofdstuk aan het Groot Klimaatsceptische Woordenboek toevoegt.

 

Toegegeven: de ene relativist is de andere niet. Daar waar sceptici als Durkin de wetenschappelijke consensus inzake de aard en de menselijke oorzaken van de huidige globale opwarming nog trachten te ontkennen, gooien ’economische klimaatsceptici’ als Lomborg en Albrecht het over een andere boeg. Het klimaatprobleem en de oorzaken ervan worden op zich niet in vraag getrokken. Wel betwist men de ernst van het vraagstuk. Het VN-klimaatpanel (IPCC) wordt ervan beschuldigd van ’pessimistisch’ en nodeloos ’alarmistisch’ te werk te gaan. Dat is een zeer vreemde stelling als je weet dat het VN-klimaatpanel een consensusinstituut is: alleen datgene waarover een voldoende sterke consensus bestaat, wordt naar buiten gebracht. Dit impliceert dat de rapporten en de projecties van het IPCC eerder aan de voorzichtige kant zijn.

Dat werd recent nog eens bevestigd in het Amerikaanse vakblad PNAS. Onderzoekers tonen daarin aan dat de snel groeiende wereldeconomie in steeds sneller tempo CO-2 de lucht inpompt. De snelheid van de stijging (3,3 procent per jaar in de periode 2000-2006, ten opzichte van 1,3 procent per jaar in de jaren negentig) is zelfs groter dan men eind jaren negentig in het worst case scenario had geprojecteerd. Bovendien stelt men vast dat de efficiëntie waarmee de koolstofsinks (oceanen en landoppervlakte) een deel van de door de mens uitgestoten CO-2 terug absorberen, tanende lijkt te zijn.

Om de opwarming nog te beperken tot 2-2,4°C moet de mondiale broeikasgasuitstoot met 50 à 85 procent dalen tegen 2050, aldus het IPCC. Dit kan alleen gehaald worden indien er mondiaal wordt gewerkt aan een krachtdadig klimaatakkoord waarin alle belangrijke landen verplichtingen opnemen. Rekening houdend met het principe van ’gedeelde maar gedifferentieerde verantwoordelijkheid’ betekent dit voor westerse landen als België een daling van de uitstoot in de grootte van 80 à 90 procent tegen 2050. Zulke reducties zijn mogelijk op voorwaarde dat overheden wereldwijd een beleid op poten zetten dat verregaande technologische evoluties en gedragswijzigingen beoogt. Door een rookgordijn op te trekken en op die manier het klimaatrelativisme te voeden, verhinder je juist dat zo’n beleid tot stand kan komen. Dat is de contradictie in de beweringen van sceptici als Lomborg en Albrecht. Hun nuancering van de zogenaamde klimaathype, gekoppeld aan een onwrikbaar geloof in de markt, valt niet te rijmen met de sense of urgency van het klimaatprobleem. Het is onbezonnen voluntaristisch om te wachten op een signaal van de markt (een drastische verhoging van de olieprijs) vooraleer een ernstige CO-2-reductie na te streven.

Dit brengt ons bij de ethische component in dit verhaal. Zelfs een opwarming van 2°C, die de EU hanteert als grens en die Albrecht ’aanvaardbaar’ noemt, zal grote gevolgen hebben voor vele miljoenen mensen in deze wereld. De landen die de laatste 200 jaar voor de grootste uitstoot hebben gezorgd (VS, EU en Japan) zijn niet de landen waar de klimaatgevolgen het meest ontwrichtend (zullen) zijn. Integendeel, de zwaarste klappen vallen net in die landen die amper verantwoordelijk zijn voor het probleem: de laaggelegen eilanden, zwart Afrika en de megadelta’s. De opwarming zal de al bestaande problemen verergeren. Het is dan ook vreemd te lezen dat Albrecht van mening is dat het klimaatprobleem minder relevant is dan het voedselprobleem. Sommige projecties geven aan dat bij een gemiddelde temperatuurtoename van meer dan 2,5°C er tegen 2080 minstens 3 miljard mensen zouden leven in zones met grote waterschaarste, met verregaande gevolgen voor… juist, de voedselproductie. Conclusie: boeken als ’Klimaatrelativisme’ en Cool It leiden tot een self-fulfilling prophecy. Hoe vaker deze stellingen worden herhaald, hoe groter de verwarring en de klimaatmoeheid bij de leek, hoe minder druk er wordt gezet op politici wereldwijd, hoe kleiner de kans dat we de gevaarlijke en voor een deel onomkeerbare klimaatwijzigingen nog kunnen voorkomen.

Klimaatrelativisme is niet meer bij de tijd. Zoals ook het VN-milieuprogramma erkende in zijn GEO-4 rapport, hebben we nu dringend behoefte aan een proactief, oplossingsgericht klimaatbeleid. Het positieve aan zo’n beleid is dat daar ook aangename neveneffecten aan verbonden zijn: nieuwe werkgelegenheid, herwonnen energieautonomie en lagere gezondheidskosten door een verbeterde luchtkwaliteit. Op die manier maken we de weg vrij voor een duurzame, werkende, aantrekkelijke, haalbare en betaalbare toekomst.

Peter Tom Jones is burgerlijk ingenieur milieukunde (KU Leuven), Serge de Gheldere is klimaatambassadeur, Philippe Huybrechts en Jean-Pascal van Ypersele zijn klimatologen aan de VUB en de UCL

Met de aanloop naar de verkiezingen is het gebruikelijk een evaluatie te maken van het gevoerde beleid, zo ook het klimaatbeleid van Paars. Voortrekkers van de milieubeweging en gerenommeerde wetenschappers kwamen de afgelopen dagen veelvuldig aan het woord in de geschreven pers. Wij gaan akkoord met de gerenommeerde ‘klimaatprofessor’ Philippe Huybrechts (VUB) wanneer die stelde dat het paarse milieubeleid tot nog toe bleef bij “gerommel in de marge”. Dezelfde evaluatie gaat ook op voor het beleid van Vlaams Minister van Leemilieu Kris Peeters (CD&V). Peeters verdedigt zijn beleid vanuit de redenering dat enkel een langzaam klimaatbeleid maatschappelijk gedragen kan worden én economisch en technisch haalbaar is.

Hoe valt deze weg van de geleidelijkheid evenwel te verzoenen met de wetenschappelijke doelstellingen van de recente VN-klimaatrapporten? Om de gevaarlijke grens van 2°C opwarming niet te overschrijden, schat het VN-klimaatpanel dat de mondiale broeikasuitstoot met 50 à 85% moet dalen tegen 2050. Voor de geïndustrialiseerde landen zoals België komt dit neer op een reductie van 90%. Wij staan vandaag voor een historisch kruispunt.Tezelfdertijd kan men ook stellen dat onze Vlaamse en federale milieuministers enorme kansen laten liggen door de wetenschappelijke uitdagingen als ‘onrealistisch’ voor te stellen. Zoals aangegeven in het jongste VN-klimaatrapport is het immers perfect mogelijk om de vereiste duurzaamheidstransitie te maken, zelfs aan een aanvaardbare economische kost (<3% Bruto Mondiaal Product). Daarvoor is een combinatie nodig van gedragswijzigingen (richting duurzame, grondstofarme consumptiepatronen) én eco-efficiënte technologie.

Laten we duidelijk zijn: de duurzame toekomst die we met zijn allen moeten realiseren, heeft niets van doen met een “terug de bomen in”-verhaal. De toekomst is aan de hitech-ecotech. De ecotechnologische oplossingen zijn in essentie bekend: microwarmtekrachtkoppeling, zonnecellen, windkracht, passiefhuizen, superefficiënte elektro en gemotoriseerde voertuigen, nieuwe verlichtingssystemen (LED’s, spaarlampen, daglichtlampen), green city planning etc.

Om dit alles te realiseren moet de overheid haar verantwoordelijkheid opnemen. Alleen zij kan een wetgevend kader voorzien dat de gedragswijzigingen én de nieuwe ecotechnologie aanmoedigt en versnelt. Dit kan via een intelligente combinatie van sensibiliserende, economische en juridische instrumenten. In plaats van te klagen over het gebrek aan maatschappelijk draagvlak, zorgt een moedig overheidsbeleid vanzelf voor de versterking en verbreding van dat draagvlak. Wanneer de overheid zoals in Japan het Top Runner Model invoert, laat ze enkel nog kwaliteit op de markt toe, terwijl bedrijven structureel worden gesteund voor eco-innovatie. Zo hebben consumenten het gemakkelijker bij de keuze voor energiezuinige toestellen, voertuigen, verpakkingen en andere producten. Wanneer ze, zoals in Californië, de 1 Watt-norm voor standby-verbruik voor elektrische apparaten invoert, kunnen gezinnen gemakkelijk 10% op hun elektriciteitsfactuur besparen. Als ze, zoals Duitsland al deed voor vrachtwagens, een slimme kilometerheffing invoert en de bestaande autobelastingen afschaft, maakt ze het bezit van een wagen goedkoper en belast ze vooral het gebruik, onder het motto “de vervuiler betaalt”. Met jaarlijks 40.000 gratis energieaudits én renteloze voorfinanciering van de aangeraden investeringen maakt ze energie-efficiënte renovatie voor elke verbouwer financieel haalbaar. Door de registratierechten om te vormen tot een klimaatsubsidie, creëert ze jaarlijks 50.000 energie-efficiëntere woningen. Wanneer ze, zoals in Duitsland, zichzelf nu al het passiefhuis als bouwnorm oplegt, zorgt ze ervoor dat er enkel nog comfortabele en energiezuinige sociale woningen, rusthuizen en overheidskantoren worden gebouwd. De wirwar aan energie- en klimaatfondsen kan ze oplossen met de integratie in één Sociaal Klimaatfonds voor lagere energiefacturen.

Deze voorbeelden illustreren dat er zich enorm veel kansen aandienen, tenminste als de politieke wil er is. De woorden van Prof. Huybrechts indachtig, erkennen wij volmondig dat een opbod aan dramatische berichtgeving over klimaatverandering slechts averechts werkt. Het komt erop aan te benadrukken dat het een volstrekte misvatting is dat het aanpakken van de klimaatwijzigingen een negatief verhaal is waarbij iedereen moet ‘inleveren’. Het gaat niet over de afbouw van de economie, de werkgelegenheid en de levenskwaliteit maar integendeel over een nieuwe, positieve economie die groeikansen geeft aan levenskwaliteit en werkzekerheid, niet alleen op de lange termijn maar ook voor iedereen op deze planeet. Dit is een positief én sociaal verhaal met oplossingen die de energiefactuur van gezinnen en bedrijven structureel verlagen, de energieautonomie versterken, duizenden kwaliteitsvolle banen creëren, en het recht garanderen op een schoner leefmilieu.

Els Keytsman en Peter Tom Jones zijn de auteurs van Het klimaatboek. Pleidooi voor een ecologische omslag (EPO, 2007, www.klimaatboek.be).

Dit krantenartikel verscheen in Het Nieuwsblad van 5 mei 2007

AALST – Aalsters gemeenteraadslid Els Keytsman (Groen!) en milieuonderzoeker aan de KU Leuven Peter Tom Jones pleiten in een boek voor een ecologische omslag. Het boek wordt vandaag voorgesteld.

‘We hebben dringend behoefte aan een politiek klimaatbeleid’, verklaart Els Keytsman. ‘Anders stevenen we af op een ecologische crisis. We naderen in snel tempo een onomkeerbare en oncontroleerbare opwarming van de aarde. De verantwoordelijkheid ligt bij de overheid. Zij moet het de burger door het opleggen van productennormen gemakkelijker maken bij de keuze van energiezuinige toestellen, verpakkingen en producten. Laat op de markt alleen kwaliteit toe.’ In het eerste deel van hun studie brengen de auteurs onder de titel Klimaat op hol? de huidige stand van zaken. Realistische ecologische oplossingen bieden ze aan in deel twee. ‘De voorgestelde oplossingen zijn sociaal rechtvaardig en wetenschappelijk verantwoord. Ze zijn haalbaar, maar wel radicaal.’

De auteurs hebben het ook over de energiearmoede. ‘De huidige overheidsmaatregelen komen te weinig te goede van de mensen in armoede. Een gezin is energiearm als het meer dan 10 procent van zijn voornaamste inkomen besteedt aan energie. ‘

Het boek eindigt met een pleidooi voor een ecologische omslag. ‘We pleiten voor grote afdwingende maatregelen met effect op lange termijn. Kleinschalige oplossingen met een kortstondig resultaat leiden uiteindelijk tot niets. Ze zijn hoogstens remmend.’

Interesse uit Nederland

De voorstelling van Het Klimaatboek heeft plaats op zaterdag 5 mei om 10.30 uur in boekhandel Woeste Willem in de Pontstraat. Het boek werd ook al door onze noorderburen opgemerkt. Keytsman werd naar aanleiding van de publicatie uitgenodigd om in Holland een debat met politici te modereren. (jla)

Deze recensie werd geschreven door Tom Willems (ACV) en verscheen ook op Uitpers.

Dit boek wil de laatste wetenschappelijke bevindingen m.b.t het klimaatprobleem vertaalbaar maken voor de leek. Daarbij wijzen de auteurs duidelijk op de historische schuld en verantwoordelijkheid van de westerse samenleving. Want zoveel is duidelijk: ondanks alle retoriek rond ‘duurzame ontwikkeling’, gaat het nog altijd steil bergaf met de toestand van de aarde.

Het is hoog tijd voor een ecologische omslag van onze productieprocessen en consumptiepatronen. Ook de Belgische politiek blijft hier nalatig: zelf het halen van de (bescheiden) Kyoto doelstellingen lijkt al te moeilijk voor het Belgisch beleid.

Het boek houdt tegelijkertijd een positieve boodschap in: het is nog niet te laat. Via technologische innovatie en gedragsverandering kunnen we het ontij nog keren. Deze maatschappelijke verandering kan bovendien leiden tot een beter leven voor allen, hier en elders, nu en in de toekomst.

Boodschappen die sterk naar voor komen in het boek:

  • Verbeter de wereld, begin bij jezelf. Het ecologisch vraagstuk van de eenentwintigste eeuw gaat eigenlijk over sociale rechtvaardigheid. Ons streven naar steeds meer materiële luxe is rechtstreeks verbonden met de armoede die elders gecreëerd wordt. Bovendien zijn het de zwakste bevolkingsgroepen die het eerst en het meest worden blootgesteld aan de schade van een ongezond leefmilieu. Het is een illusie dat de groeiende mondiale consumptieklasse gevrijwaard zal blijven van de problemen die zij zelf veroorzaakt. Ecologische duurzaamheid eist dat de milieu impact van onze consumptie met een factor 10 daalt.
  • Het eenzijdig marktdenken is achterhaald. Want het houdt geen rekening met de biofysische grenzen van het aardse ecosysteem. Deze grenzen worden nu overschreden. Als niet dringend wordt ingegrepen, zal de schade voor de mensheid onherstelbaar en gigantisch groot zijn. Een democratische overheid moet de touwtjes terug in handen nemen en het kader vastleggen waarbinnen het economisch gebeuren zich kan afspelen. Dit is een morele plicht.
  • Kiezen voor het goede leven. Dematerialisatie van het economisch gebeuren betekent meer tijd voor jezelf en de anderen, minder stress en welvaartsziekten, welgekomen onthaasting. Onafhankelijkheid van private transnationale ondernemingen voor de voorziening van basisdiensten betekent echte vrijheid en zekerheid voor de toekomst. De zoektocht naar steeds milieuvriendelijkere spitstechnologie betekent ruimte voor ondernemerschap, creativiteit en zinvolle arbeid.
  • Wereldtopprestaties van onze industrie worden kunstmatig opgeblazen. Als oppositiepartij is Groen! de enige die de opgefokte ‘wereldtopmythe’ durft te doorprikken. De afgesloten energieconvenanten vertonen immers een groot gebrek aan transparantie en worden zelfs omschreven als een vehikel voor lastenverlaging. Ze zetten het bedrijfsleven onvoldoende aan tot nieuwe investeringen in energie-efficiëntie. Daardoor zullen de energieconvenanten op termijn zelfs contraproductief werken.
  • Een rist vernieuwende maatregelen. Waaronder:
    • Registratierechten gebruiken voor Kyoto krediet.
    • Eén sociaal klimaatfonds, dat structureel het probleem van de energie armoede aanpakt door de kwaliteit van de woningen systematisch te verbeteren.
    • Evolutie naar een slim distributie netwerk, waarbij ieder huishouden zowel producent als gebruiker van energie wordt.
    • De belangrijke rol van productnormering (invoering van Top Runner Model)
    • Energietransitie is ook een machtstrijd. Door te evolueren naar een sterk gedecentraliseerd netwerk komt men in botsing met belangen van gevestigde transnationale energiebedrijven. De ondernemingen zullen bij ontstaan van energieschaarste bovendien grotere winsten maken, die onvoldoende gebruikt worden voor nieuwe investeringen in kader van duurzaamheid. Deze megawinsten dienen in de huidige constellatie immers om de eigen marktpositie te versterken.
    • Pleidooi voor een verregaande vergroening van de fiscaliteit. Waarbij de kostprijs van CO2 gerecycleerd wordt in de economie. Dan is op middellange termijn een absolute ontkoppeling (tot – 30% tegen 2020) tussen economische groei en milieudruk mogelijk.
    • Biodiversiteit als levensverzekering. Daarom strikte critaria voor het gebruik van biomassa, zoniet verplaatst met het probleem (naar het Zuiden en de toekomst).

Toch verdienen een aantal punten meer nuancering en verdere uitwerking:

  • België is geen eiland. Er moet een duidelijker onderscheid komen tussen maatregelen die voornamelijk op Europees niveau dienen uitgewerkt te worden en hoe België (de gewesten) hier aanvullend op moeten inspelen. Dit geldt in het bijzonder voor de aanpak van de energie intensieve industrie en het gebruik van productnormering. Hoewel de Belgische geologie waarschijnlijk weinig mogelijkheden biedt voor koolstofopslag, lijken er op Europees niveau toch een aantal mogelijkheden te bestaan.
  • Zonder een pleidooi te willen houden voor kernenergie, wordt de tegenstelling tussen exploitatie van kerncentrales en de ontwikkeling van hernieuwbare energie te sterk op de spits gedreven.

Al bij al is het een vlot leesbaar werk, over een veelomvattend en complex thema, dat de burger aanzet tot nadenken. In de aanloop van de federale verkiezingen zal de gemaakte analyse het debat over het Belgisch klimaatbeleid voeden. En daardoor zal dit werk ongetwijfeld bijdragen tot de noodzakelijke actie van beleidsvoerders en middenveldsorganisaties en burgers.

(Uitpers, nr 86, 8ste jg. , mei 2007)

Tom Willems is Adviseur Milieu, Energie en DO, studiedienst ACV

Deze recensie verscheen in het christelijk opinieblad Tertio van 18 april 2007.

In de Kamer werd maandag Het Klimaatboek van Els Keytsman en Peter Tom Jones (Groen!) voorgesteld. Het boek bevat geen ecologische oppositiepraat, maar concrete voorstellen om de noodzakelijke ecologische omslag mogelijk te maken.

In zijn jongste roman Le parfum d ’Adam voert de Franse successchrijver Jean-Christophe Rufin enkele radicale ecologisten op die het evenwicht van de planeet willen herstellen door in te grijpen op de demografie. Omdat de mense verantwoordelijk is voor onder meer de opwarming van de aarde en het vernietigen van biosystemen, moet hij worden aangepakt. Volgens hen kan de aarde geen zes miljard mensen aan, hoogstens een half miljoen. In het decimeren van de miljardenbevolking van de arme sloppenwijken zijn zij de oplossing voor het ecologische vraagstuk. Naar verluidt bestaan er inderdaad ecologisten die uit een excessieve liefde voor de natuur de mens gaan haten.
In Het klimaatboek dat maandag in de Kamer werd voorgesteld, gaan de auteurs Els Keytsman en Peter Tom Jones, beiden kandidaten voor Groen!, gelukkig niet die weg op. Ze pleiten voor een radicale ecologische omslag, die in de eerste plaats de rijke landen responsabiliseert en die een duidelijke ethische en sociale inslag heeft.

Het interessante  van dit leesbare boekje is dat het niet alleen resumeert van welke hypotheses klimaatwetenschappers vandaag uitgaan, maar dat het ook concrete sporen voorstelt om de noodzakelijke ecologische omslag mogelijk te maken. Het gaat immers niet op ons alleen maar aan te passen aan het veranderende klimaat, er moeten ook dringend maatregelen worden genomen om de omvang daarvan zo veel mogelijk te beperken. “Als 2006 het jaar was waarin de wereld eindelijk accepteerde dat klimaatopwarming een ernstig probleem is, dan moet 2007 het jaar worden waarin de overheden politieke actie ondernemen”.
De auteurs gaan ervan uit dat het mogelijk is de CO2-uitstoot in ons land tegen 2050 met negentig procent terug te dringen. Daarvoor doen ze radicale voorstellen voor de verschillende sectoren die verantwoordelijk zijn voor de uitstoot.
Voor de woningbouw peliten zij voor zogenaamde “passiefhuizen”. Die goed geïsoleerde woningen hoeven niet meer te worden verwarmd, waardoor de druk op het milieu met negentig project kan worden verminderd. In land als Duitsland en Denemarken zijn er al duizenden passiefhuizen in gebruik, in Vlaanderen nog geen tien.
Keytsman en Jones willen dat subsidiëren door de registratierechten te laten wegvallen bij de aankoop van een woning naarmate de woning energie-efficiënter wordt gemaakt.

Nog een ander opvallend voorstel is de invoering van een individuele koolstofkredietkaart. Jaarlijks zou iedere aardbewoner immers maximum 1,7 ton CO2 uitstoten. Een Belg zit gemiddeld aan 14,3 ton per jaar. Ook voor het gebruik van vliegtuigen stellen de auteurs op termijn de invoering van individuele ‘vliegquota’ voor. Wie voor meer uitstoot zorgt, moet die rechten afkopen van individuen die minder of niet vliegen.
De auteurs denken hun plannen te kunnen realiseren met 3 miljard euro jaarlijks. Ze vragen ook een allesomvattende klimaatwet en een vice-premier bevoegd voor klimaat, energie en leefmilieu. Omdat dit boekje een ambitieus klimaatplan voor de volgende decennia durft uit te stippelen, zou het unfair zijn het zomaar af te doen als ecologische oppositiepraat. (JDV)

Els Keytsman & Peter Tom Jones, Het klimaatboek. Pleidooi voor een ecologische omslag, Epo, Berchem, 184 blz., € 15. Bestellen kan via www.tertio.be

Dit opiniestuk van Peter Tom Jones verscheen in het e-zine Uitpers.

Met Al Gore’s succesfilm An Inconvenient Truth is het klimaat prominent op de politieke agenda geplaatst. Eindelijk! Met de verkiezingen in aantocht wordt iedereen verplicht om ten minste lippendienst te bewijzen aan het thema. Soms is er zelfs sprake van een heus klimaatopbod. Laten we evenwel hopen dat de ‘klimaathype’ 10 juni zal overleven. Met het klimaatvraagstuk valt immers niet te lachen. Een kordate aanpak dringt zich op: het is een kwestie van overleven.

Klimaatwetenschappers luiden al ettelijke jaren de alarmbel. Met de bekendmaking van Deel II van het Vierde VN-Evaluatierapport (AR4) werd bevestigd dat de globale opwarming een gewichtig probleem vormt voor mens en milieu. Uit Deel I was al gebleken dat de (gevaarlijke) grens van 2°C opwarming ten opzichte van de pre-industriële temperatuur “bijna zeker” nog deze eeuw overschreden zal worden (1). Het tweede deel van het rapport beschrijft de impact van de klimaatwijzigingen op mens en milieu. In afwezigheid van krachtdadige actie betreft het een somber toekomstbeeld. Wij staan voor een historisch kruispunt. Nochtans blijft de politiek-maatschappelijke traagheid én onwil immens.

In dit stuk werp ik een blik op de rol van klimaatsceptici in deze impasse. Het is bekend dat klimaatsceptici gedurende de laatste decennia een bitsige loopgravenoorlog hebben gevoerd, een gevecht waarbij zij gaandeweg terrein hebben moeten prijsgeven. Eerst opperde men dat het helemaal niet opwarmt. Toen dat onmiskenbaar weerlegd kon worden, spitste men de aandacht toe op de oorzaken van de opwarming. Vervolgens, toen duidelijk werd dat de (industriële) mens de hoofdverantwoordelijke is, begon men vooral te discussiëren over de economische kant van de kwestie. Heeft het wel zin om actie te ondernemen?

Van ‘klimaatnegationisten’ tot ‘economische klimaatsceptici’

De nieuwe rapporten van het VN-klimaatpanel verzetten de bakens in dit debat. Het eerste deel van het AR4-rapport beslechtte de discussie omtrent de verantwoordelijkheidsvraag. De eerste generatie klimaatsceptici, die nog steeds aanvoeren dat de huidige opwarming vooral natuurlijke oorzaken zou hebben, heeft anno 2007 geen wetenschappelijke poot meer om op te staan. Wat men ook moge beweren in bepaalde populaire magazines, dit debat is voorbij, althans in de wetenschappelijke vakliteratuur. Getuige daarvan de stormvloed aan artikels in referentiebladen als Science en Nature. Het is dan ook bijzonder jammer om, als sociaal-geëngageerd wetenschapper, te moeten vaststellen hoe hardnekkig dit type van denken blijkt te zijn. Dit gaat zelfs zo ver dat niet alleen extreem-rechtse partijen maar ook een Kabinetchef van de liberale familie het – weliswaar niet helemaal overtuigd – opneemt voor deze argumentatie (2). Het is een beetje zoals bij het debat tussen klassieke biologen en creationisten over Darwin’s evolutietheorie. Gaan we in de toekomst voor elk debat waar een bioloog aan deelneemt ook per definitie een creationist uitnodigen?

De tweede generatie klimaatsceptici staat een stap verder. Zij beseffen terdege dat de aarde opwarmt en dat de mens grotendeels verantwoordelijk is. Hun belangrijkste argument is dat het nemen van drastische klimaatmaatregelen economisch gezien weinig zinvol is. De positieve gevolgen van een krachtig reductiebeleid (mitigatie) worden immers pas zichtbaar in een verre toekomst. Monetair verdisconteerd naar een geldwaarde vandaag, zou het sop de kool niet waard zijn. Hun conclusie luidt dat het veel zinniger is om de gevolgen af te wachten en vooral geld te spenderen aan aanpassingsmaatregelen (adaptatie). Indien men echter gebruik zou maken van lagere discontovoeten, dan komt men tot totaal andere conclusies. Bijvoorbeeld: Nicholas Stern gebruikte in zijn (inmiddels bekende) studie een zeer lage discontovoet (0,1%). Op die manier kwam hij tot de conclusie dat ‘niets doen’ een economische recessie zou teweegbrengen: namelijk een jaarlijks verlies van 5-20% van het Bruto Mondiaal Product.

Dit toont meteen aan hoe gevoelig economische berekeningen zijn voor de precieze aannames die men maakt. Bovendien wordt in dit type van analyses geen rekening gehouden met de volgende ethische beschouwing: de landen die gedurende de laatste 200 jaar voor de grootste uitstoot hebben gezorgd zijn niet de landen waar vandaag en morgen de slachtoffers vallen (bv. Aziatische megadelta’s, zwart Afrika). Dat is één van de kernboodschappen van Deel II van het jongste IPCC rapport.

Klimaatsceptici van de tweede generatie gaan volledig voorbij aan dit onrecht. Die kwetsbare regio’s beschikken niet over de middelen om zich aan te passen aan de toekomstige droogte (Afrika) of de stijging van de zeespiegel (megadelta’s). Een succesvol aanpassingsbeleid – hetgeen ook noodzakelijk is om de Millenniumdoelstellingen te halen – vereist financiële hulp van de rijke landen.

Aanpassing en mitigatie

Aanpassing is ook nodig in de rijke landen. Als gevolg van de traagheid in het klimaatsysteem zullen we immers sowieso te maken krijgen met een opwarming die grote effecten zal teweegbrengen. De komende tien tot veertig jaar zal het daarom van vitaal belang zijn aanpassingen door te voeren, want het zal decennia duren vooraleer de maatregelen voor broeikasgasreducties vruchten afwerpen. Nochtans is adaptatie schromelijk onvoldoende. Adaptatie zonder mitigatie (vermijden dat de opwarming te snel en te sterk verloopt) is contraproductief, de tweede kernboodschap van Deel II van AR4. De milieuschade en economische kosten zullen dermate hoog oplopen dat drastische maatregelen om de uitstoot van broeikasgassen vanaf nu te verminderen zich wel degelijk aandienen. Zonder daling van de uitstoot gaan we immers naar temperatuurstijgingen boven de 3°C. In dat geval zullen meer dan 3,5 miljard mensen, hoofdzakelijk in het Zuiden, geconfronteerd worden met extreme waterschaarste. We begeven ons dan op gevaarlijke Terra Incognita. De geopolitieke gevolgen zijn dan niet te overzien. Dit is een scenario dat absoluut moet worden vermeden.

Waar we vandaag behoefte aan hebben, is zowel mitigatie als adaptatie. En/en in plaats van of/of. Zoals het Belgische IPCC-lid Jean-Pascal Van Ypersele heeft aangegeven, moeten we komen tot reductiedoelstellingen die het mogelijk maken de CO2-concentratie te stabiliseren op 400 ppm (terwijl we nu aan ~380 ppm zitten). Een tijdelijke overschrijding van die limiet mag worden getolereerd, maar dan moet die concentratie snel naar beneden. Op mondiaal vlak moet daarom dringend werk worden gemaakt van een verregaand post-Kyotoakkoord, waarin men voor de periode na 2012 op een ‘rechtvaardige’ wijze alle landen ter wereld betrekt. Rijke landen zullen het voortouw moeten nemen. Pas als wij onze uitstoot drastisch doen dalen (30% tegen 2020, 80 à 90% tegen 2050), kunnen we van landen als China, Brazilië en India verwachten dat zij overschakelen naar een lagekoolstofeconomie. Hoe sneller deze duurzaamheidtransitie wordt ingezet, hoe groter de kans dat het doemscenario wordt vermeden. Op Europees, federaal en Vlaams niveau kunnen én moeten wij mee het initiatief nemen.

Een aanzienlijk deel van de vereiste reductie kan worden gerealiseerd via een technologische revolutie. Het vergt een nieuwe visie op duurzaam produceren met massale investeringen in hernieuwbare energie en schone technologieën. Toch is er meer nodig. In een ecologische economie is er ook behoefte aan een nieuwe (sufficiëntie)visie op consumptie: anders, beter en soms ook minder consumeren. Door een combinatie van sociale, juridische en economische instrumenten is het perfect mogelijk de vereiste daling van de broeikasgasuitstoot te realiseren, zonder verlies aan levenskwaliteit.(3) Het gaat over oplossingen die ervoor zorgen dat we onze olieafhankelijkheid verminderen en iedereen het recht garanderen op een schoon leefmilieu. Oplossingen die bovendien nieuwe werkgelegenheid creëren en de onrechtvaardigheid tegengaan. Dit is een positief én een sociaal verhaal.

De Trojanen achterna?

De speeltijd is dus voorbij: de tijd is gekomen om een moedig en vooruitziend beleid te voeren, vooraleer het definitief te laat is. En daarmee kom ik tot de titel van dit artikel, die ons terugvoert naar de Griekse mythologie. Toen de waarzegster Cassandra de Trojanen waarschuwde voor de nakende inval van de Grieken, gaven zij, hoogmoedig als ze waren, geen gevolg aan dit schijnbare onheilsbericht. De gevolgen zijn bekend. De parallel met de huidige situatie is treffend. Gaan wij, anno 2007, nu eindelijk de niet mis te verstane waarschuwingen van de klimaatwetenschappers omzetten in daden? Of gaan we dezelfde weg op als de Trojanen? Alleen een ezel stoot zich twee keer aan dezelfde steen.

(Uitpers, nr 86, 8ste jg., mei 2007)

Peter Tom Jones (1973) is Burgerlijk Ingenieur Milieukunde, Doctor in de Materiaalkunde en werkzaam als post-doctoraal onderzoeker aan de KULeuven. Hij is co-auteur van Terra Incognita (GINKGO peer review reeks, Academia Press, Gent, 2006) en Het klimaatboek: Pleidooi voor een ecologische omslag (samen met Els Keytsman, EPO, 2007). Zie ook xww.petertomjones.be.

Noten:
(1) Zie ook Jones, P.T., ‘Hoe is het gesteld met onze planeet? Het nieuwe VN-klimaatrapport’, Uitpers, maart 2007.

(2) Klimaatdebat in Gent, 29/3.

(3) Keytsman, E., Jones, P.T., Het Klimaatboek: pleidooi voor een ecologische omslag, EPO, Berchem, 2007.

Onderstaande recensie verscheen in de PALA-brief. Dat is een gratis e-brief die regelmatig inzoomt op de problemen van onze gobaliserende wereld, op de mogelijke alternatieven en op hoe de wereld werk maakt van verbetering. Abonneren op de nieuwsbrief kan hier.

HET KLIMAATBOEK. Pleidooi voor een ecologische omslag

Els Keytsman en Peter Tom Jones zijn de co-auteurs van dit boek. Wat is dat toch met al die pleidooien? Misschien dat het in het publieke debat voor veel mensen terug over iets mag gaan. 

Natuurlijk zijn de nakende verkiezingen in België mee verantwoordelijk voor deze publicatie. Beide auteurs zijn immers kandidaat voor Groen! Maar het kan geen kwaad als kandidaat-politici inhoud serveren.

Ons klimaat slaat op hol is hun uitgangspunt in dit boek. Dat wordt ingebed in de noodzaak van een revolutie naar een ecologische economie omdat we nu op te grote voet leven.
Het tweede, grootste deel concentreert zich op oplossingen. De titel spreekt van realistische ecologische oplossingen. Of de lezer(es) het daarmee eens kan zijn, zal sterk verschillen. Echter, om het even welke partijen straks een regering vormen, allemaal zullen ze – liefst snel – met antwoorden moeten komen op de ecologische uitdagingen, en de sociale én economische problemen die daarmee gepaard gaan. Het is dan een goede oefening om deze kleine catalogus door te nemen, met zijn keuze voor een energieomslag, met het klimaatplan van de partij, met hoofdstukken over ecodesign, over wonen (het 1 literhuis en huizen die energie produceren), werken en ondernemen, vervoer…
Het boek eindigt met de noodzaak van een ecologische omslag, de opsomming van tien concrete engagementen en het voorstel van een ecologisch klimaatpact.

Die laatste term is wat dubbel en biedt stof voor een kritische kanttekening bij het boek. Want wat is het nu? Een ecologisch pact dat ons op weg ze naar een ecologische economie? Of ‘slechts’ een klimaatpact dat misschien beter in de politieke markt ligt nu de gevoeligheid voor de opwarming van de aarde de jongste tijd sterk is gestegen. Wie voor klimaat kiest, reduceert sterk het ecologische thema.
Het boek wil wel breed gaan, én in dit geval is dat ook diep gaan, maar kiest toch niet voluit tussen deze twee. Laat het ook maar voorwerp van debat zijn.

Volgende Pagina »