Interview met Peter Tom Jones in KWB-blad Raak (juli-augustus 2007)

Zie ook http://www.kwb.be/index.php?option=com_content&task=view&id=218&Itemid=32

De verkiezingen zijn voorbij. De opwarming van ons klimaat gaat gewoon verder. Het klinkt misschien wat kort door de bocht maar het is wel een realiteit. Na de enorme media-aandacht voor de vroegere Amerikaanse presidentskandidaat Al Gore en zijn documentaire ‘An Inconvenient Truth’, leek het er bij het begin van de verkiezingscampagnes even op dat klimaat en milieu belangrijke items zouden worden. Maar de aandacht ervoor smolt vlug weg als sneeuw voor de ‘communautaire’ zon.

Een meer dan spijtige, ja zelfs gevaarlijke evolutie, vindt Peter Tom Jones. “De kern van het klimaatprobleem en het bredere milieuprobleem is al heel lang bekend in wetenschappelijke kringen. Al Gore heeft die brede wetenschappelijke consensus vertaald in een wetenschappelijk verantwoorde gevulgariseerde voorstelling, die tot in de huiskamer van vele westerlingen is terechtgekomen. De basis voor ‘An Inconvenient Truth’ wordt gevormd door talrijke internationale rapporten en studies. Zo verscheen kort na de film een nieuw meerdelig rapport van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) van de Verenigde Naties. Dat rapport bevestigt dat de opwarming van de aarde volop bezig is, dat die opwarming aan het versnellen is en dat de mens zelf de hoofdverantwoordelijke is voor dit proces. Als we de huidige ontwikkeling op zijn beloop laten zal dit tot zeer gevaarlijke ontwikkelingen leiden.”

RAAK: Kan je daarvan een voorbeeld geven?

Peter Tom Jones: “Op dit moment sterven er volgens de Wereldgezondheidsorganisatie al 150.000 mensen per jaar als gevolg van de huidige opwarming. Als we verder doen zoals we bezig zijn dan stevenen we af op een opwarming boven 2,5 graden. In dat geval zouden niet minder dan 3,5 miljard mensen op deze aarde geconfronteerd worden met toenemende waterschaarste. Bij een dergelijke opwarming zouden we ook terechtkomen in een zone met een aantal kritische drempelwaarden die bij overschrijding een aantal onomkeerbare processen in gang zouden zetten. Zo is er een kritische drempelwaarde voor het onomkeerbaar smelten van het Groenlandijs. De precieze ligging van die drempelwaarde kennen we niet met grote zekerheid, maar we weten dat ze bestaat. Als we dat kantelpunt overschrijden dan kunnen we de smelting van het Groenlandijs niet meer tegenhouden. Op termijn spreken we dan over een zeespiegelstijging met 7 meter. Grote delen van de huidige bewoonde wereld zouden dan onder water komen te staan.”

RAAK: In al je publicaties beklemtoon je steeds opnieuw dat milieuproblemen ook ethische en sociale problemen zijn.

Peter Tom Jones: “Wie dat niet ziet is blind. Neem nu het smelten van het Groenlandijs. Dat is een ethisch probleem omdat wij verantwoordelijk zijn voor een situatie die pas veel later voor toekomstige generaties haar volledige uitwerking zal kennen. Een ander voorbeeld. De VSA en Europa zijn historisch verantwoordelijk voor 60% van alle koolstofuitstoot. Maar de zwaarste gevolgen hiervan vandaag en de komende tientallen jaren situeren zich in de megadelta’s in Azië en Egypte, in de laaggelegen eilanden en in Zwart Afrika. En we kunnen dat verder doortrekken naar de zwakkeren in onze samenleving. Wie zijn in onze landen de eerste slachtoffers van de opwarming? Dat zijn de sociaal zwakste mensen, de kinderen, de ouderen en de sociaal eenzamen. De hittegolf van de zomer 2003 heeft in Europa 70.000 slachtoffers gemaakt. Wonen in slecht geïsoleerde huizen waar de temperatuur enorm opliep, gekoppeld aan sociaal isolement heeft ertoe geleid dat mensen gestorven zijn zonder dat hun omgeving daar iets van merkte. Er zijn zelfs lijken gevonden tot enkele weken na de hittegolf.”

RAAK: Hoe komt die opwarming van de aarde eigenlijk tot stand?

Peter Tom Jones: “In onze atmosfeer zitten een aantal gassen die er voor zorgen dat onze planeet leefbaar is. Zonder die gassen zou de temperatuur sterk onder nul gaan en zou er dus geen leven mogelijk zijn op onze planeet. Dit is het natuurlijke broeikaseffect: je kan dit vergelijken met het opwarmeffect zoals je dat in een serre hebt. Vandaar trouwens ook die naam ‘broeikaseffect’. Maar… sinds de Industriële Revolutie hebben de economische ontwikkeling en de menselijke leefgewoonten voor heel wat extra broeikasgassen gezorgd in de lucht. Dit leidt tot een menselijk versterkt broeikaseffect waardoor de aarde opwarmt. Het belangrijkste broeikasgas als gevolg van menselijk handelen is koolstofdioxide of CO2. Sinds de Industriële Revolutie is er een enorme hoeveelheid fossiele brandstoffen (steenkool, olie, aardgas) opgebruikt en werden grote delen van het bosbestand vernietigd waardoor extra CO2 de lucht is ingestuurd. Een ander belangrijk broeikasgas is CH4, methaan, dat grotendeels samenhangt met onze veestapel, de interne darmwerking van varkens en koeien. Stikstofoxide of N20, lachgas in de volksmond, heeft vooral te maken met de mestproblematiek. En tenslotte heb je nog een aantal fluorgassen die zeer effectief zijn in het opwarmen van onze planeet maar slechts in kleine hoeveelheden worden geproduceerd.”

RAAK: De laatste tijd hoor je wel eens dat biobrandstoffen een oplossing zouden kunnen zijn voor de problemen met CO2.

Peter Tom Jones: “We moeten daar toch mee oppassen. Er zijn nogal wat nadelen verbonden aan de huidige productie van (eerste generatie) biobrandstoffen. Ten eerste gaat men dikwijls tropische regenwouden vernietigen om ruimte vrij te maken voor monoculturen (productie van slechts één gewas zoals maïs, soja, palmolie, nvdr.) voor energiegewassen voor onze auto’s. Een beetje pervers, want je hebt juist die vernietigde regenwouden nodig voor het opslorpen van de overtollige CO2 en om zuurstof te produceren. Wat vaak ook gebeurt, is dat er een rechtstreekse competitie is met landbouwgrond die normaal wordt gebruikt voor voedselgewassen die nu worden vervangen door energiegewassen. Mij lijkt het ethisch onaanvaardbaar dat men juist in landen in het Zuiden waar dikwijls hongersnood heerst, energiegewassen gaat aanplanten om onze auto’s te doen draaien. Een ander nadeel heeft te maken met de enorme behoefte aan water voor het aanplanten van de energiegewassen en dat juist in zones waar vaak een enorme waterschaarste bestaat. Daar heb je dan rechtstreekse competitie met het gebruik van water. Slotsom: biobrandstoffen zijn dus zeker niet het wondermiddel. Ze kunnen een kleine bijdrage leveren in de strijd tegen de opwarming maar dan alleen indien voldaan is aan een aantal zeer strikte criteria: geen competitie met voedsel of water, geen vernietiging van regenwoud, geen monoculturen met veel pesticiden en herbiciden.”

RAAK: Is er nog wel een bevredigend antwoord mogelijk op de klimaatcrisis?

Peter Tom Jones: “Het laatste rapport van het IPCC heeft becijferd dat we de gevaarlijke klimaatwijzigingen vandaag nog net kunnen vermijden door via een massaal veranderingsproces er voor te zorgen dat de totale uitstoot van broeikasgassen tegen 2050 op mondiaal niveau met 50 tot 85% wordt verminderd. De kostprijs hiervan is minder dan 3% van het bruto mondiaal product (BMP), de totale wereldproductie van goederen en diensten gedurende een jaar. Dat is natuurlijk een gigantisch bedrag. Maar Nicholas Stern, een econoom die zijn sporen verdiende bij de Wereldbank, heeft in een rapport in opdracht van de Britse overheid aangetoond dat niets doen aan de klimaatopwarming leidt tot een economische recessie van jaarlijks 5 tot 20% van het BMP. Dus ook vanuit een puur economische logica is het zeer zinvol om over te gaan tot die ecologische omslag. En dan kom je in het verhaal van een ecologische economie die vertrekt vanuit de draagkracht van de aarde. Op vlak van CO2 uitstoot wordt die draagkracht geschat op ongeveer 1,5 ton CO2 per persoon per jaar. In België zitten we nu aan 14,5 en in de VSA zelfs aan 20. Als het consumptiepatroon van de gemiddelde Amerikaan wordt veralgemeend naar de hele wereldbevolking dan zouden we vijf planeten aarde nodig hebben. Vermits dat onmogelijk is gaat onze aarde in zo’n scenario kapot. We moeten dus binnen die ecologische draagkracht blijven. Dat is het vertrekpunt. Ten tweede stelt de ecologische economie dat de oplossingen voor deze vraagstukken per definitie sociaal rechtvaardig moeten zijn. Het duurzaam beschikbare milieubeslag, zeg maar de economische kost, moet sociaal rechtvaardig verdeeld worden tussen landen, mondiaal gezien, maar ook binnen die landen. En in derde en laatste instantie gaat de ecologische economie gebruik maken van economische marktmechanismen. Maar dat is iets helemaal anders dan de situatie vandaag waar de markt grosso modo ongecontroleerd en ongereguleerd vrij spel heeft.”

JOZEF MAMPUYS, Raak juli-augustus 2007

Aanverwante artikelen

Standpunt: Een ongemakkelijke waarheid

Elders op het net

http://www.yabasta.be/

http://www.klimaatboek.be/

Els Keytsman en Peter Tom Jones, Het klimaatboek. Pleidooi voor een ecologische omslag, Berchem, EPO, 2007, 182p.
Peter Tom Jones en Roger Jacobs, Terra Incognita. Globalisering, ecologie en rechtvaardige duurzaamheid, 2de druk, Gent, Academia Press, 2007, XXXLIII+647p.

Om onze kinderen en kleinkinderen een klimaatcrash te besparen is er gewoonweg een revolutie nodig, zo stelt klimaatwetenschapper Jean-Pascal van Ypersele in het woord vooraf van Het klimaatboek van Keytsman en Jones. “Het zal ongetwijfeld moeilijk zijn om de aard van de groei ninet ter discussie te stellen. De industrie die produceert om te produceren, de consument die consumeert om te consumeren, de alsmaar zwaardere en snellere voertuigen, vliegtuigreizen voor elke gril, energieverslindende airconditioning, een ruimtelijke ordening die auto en vrachtwagen onontbeerlijk maakt, subsidies voor fossiele brandstoffen, dit alles kan niet buiten schot blijven.” (p. 9)

Wat Keytsman en Jones dan proberen te laten zien is dat een dergelijke revolutie geen onrealistisch perspectief is, maar een reële mogelijkheid. Allereerst is het een noodzakelijkheid, zoals blijkt uit ‘Klimaat op hol?’, het eerste deel waarin een overzicht wordt gegeven van wat vandaag wetenschappelijk bekend is omtrent het klimaatvraagstuk. Daarbij komen de gevolgen zowel op korte als op langer termijn aan bod.
In het uitgebreide tweede deel, ‘Realistische eoclogische oplossingen’ pleiten ze voor ‘ecologische economie’ als nieuw denkkader om oplossingen te formuleren. Vervolgens argumenteren ze dat de klimaatcrisis in de eerste plaats een sociaal probleem is, en dat ecologische politiek altijd een politiek van herverdeling is. De klimaatcrisis is ook een ‘economische ramp’, en de kern daarvan is een structurele energiecrisis. De uitdaging voor de volgende jaren bestaat er dan ook in “een energie- en koolstofarme samenleving te organiseren met behoud van werk, welzijn en levenskwaliteit” (p. 48) Daarbij moet geconstateerd worden dat onze regeringen op dit ogenblik falen om beslist die richting in te slaan. Daarin wordt tevens duidelijk dat het tot stand brengen van een energietransitie ook een maatschappelijke machtsstrijd is. Het oude energiesysteem speelt in het voordeel van grote bedrijven en monopolies, terwijl een nieuw systeem gekenmerkt wordt door een diversiteit aan kleinschalig en decentraal in te zetten systemen. “Precies het feit dat hernieuwbare energiedragers een enorm potentieel aan autonomie en zelfbeschikking in zich dragen, maakt ze tot een wezenlijke bedreiging voor alle grootschalige energiebedrijven en de politieke elites die hun macht daarop gebouwd hebben.” (p. 56)
Vervolgens wordt dan een voorstel tot klimaatplan weergegeven. In de daarop volgende paragrafen worden dan volgende domeinen uitvoerig behandeld: ecodesign en ecoconsumptie, wonen, werken en ondernemen, mobiliteit, energievernieuwing, oplossen van energiearmoede. Hier wordt overduidelijk dat een consistent beleid om een grote diversiteit aan maatregelen vraagt, en dat die ook mogelijk zijn. De technische mogelijkheden om de energietransitie te maken zijn in principe voorhanden. Goed beleid (economisch, fiscaal, sociaal, etc.) moet er voor zorgen dat ze maatschappelijk ook de kans krijgen om zich te ontwikkelen en te verspreiden. Bij alle mogelijke maatregelen laten de auteurs ook zien welke wenselijk zijn vanuit een oogpunt van sociale rechtvaardigheid.

De sterkte van dit boek is m.i. vooral dat een veelheid aan technologische mogelijkheden -die je meestal verspreid tegenkomt- vanuit een samenhangend kader op een rij gezet worden. Alles tezamen levert dat een beeld op van een enorme, maar wel realistische opgave. Toch blijk ik op een belangrijk punt op mijn honger zitten. De auteurs wijzen er op dat de klimaatrevolutie niet alleen om efficiëntie draait, maar dat sufficiëntie beslissend is om te slagen. Bijvoorbeeld bij het mobiliteitsthema stellen ze dat dit een zeer lastig probleem vormt. “Eens in de wagen geraak je er haast niet meer uit.” (p. 87) Het gaat hier in eerste instantie om een cultureel vraagstuk. Maar dat wil nog niet zeggen dat hier voor politiek en beleid geen opdracht ligt. Het nadenken over een doelgroepenbeleid gericht op sufficiëntie -en zeker ook begeleid door een media- en reclamebeleid!- is dan hopelijk onderwerp van een volgend boek.

Tenslotte wil ik nog melden dat het vorig jaar verschenen Terra Incognita van Jones en Jacobs (bespreking in Oikos 38) in een nieuwe druk is verschenen. Die werd uitgebreid met een 16 pagina’s lange nieuwe inleiding die ingaat op de receptie van het boek, maar vooral op de huidige wetenschappelijke stand van zaken in milieu- en klimaatvraagstuk. Je krijgt er een overzicht van de voornaamste gegevens uit twee belangrijke recente rapporten: het Living Planet Report 2006 van het WWF en het VN-klimaatrapport, IPCC AR4 deel I. Voor wie een breed en samenhangend inzicht wil in de ecologische crisis en de uitwegen daaruit, en daarenboven een lange adem heeft, blijft dit boek aanbevolen lectuur.

Jef Peeters, Oikos 2/2007.
Oikos. Forum voor sociaal-ecologische verandering. Website: Oikos

Groen! gaat de klimaatopwarming frontaal te lijf

De aarde warmt op en de mensis grotendeels verantwoordelijk. Daarover zijn de wetenschappers het eens, alle kreten over klimaatpaus Al Gore ten spijt. Het verbruik van energie en materialen in onze economie moet daarom dringend naar beneden. De co2-uitstoot in de rijke landen moet immers tegen 2050 met 80 % verminderen. De gemiddelde mondiale temperatuursstijging mag tegen 2100 de 2°C niet overschrijden (tegenover de pre-industriële waarde) of we komen op gevaarlijk, onbekend terrein. Nochtans wordt dit scenario jaar na jaar waarschijnlijker. De wetenschappers gaan er nu al van uit dat de opwarming niet tot die 2°C grens beperkt zal kunnen worden. Nieuwe doelstelling is dan ook die grens zo weinig mogelijk te overschrijden. Zoniet dreigt het point of no return bereikt te worden waarna de opwarming zichzelf zal versterken. Vooral in het zuiden (Afrika en Azië) zullen de catastrofes zich zodanig opstapelen dat ook wij er mee te maken krijgen in de vorm van stormen, overstromingen, nieuwe ziekten en aanzwellende vluchtelingenstromen. Om deze hallucinante toekomstbeelden het hoofd te bieden schreven Peter Tom Jones en Els Keytsman ‘Het klimaatboek’ bijeen. Beiden kwamen voor op Groen!-lijsten bij de jongste verkiezingen.

Het boek is geschreven met het oog op de verkiezingen en somt tientallen maatregelen op die een radicale ecologische ommekeer mogelijk maken. Niet direct voor het brede publiek, maar de eigen achterban kan er wel in lezen dat de groenen zich niet aan de kant laten duwen. Om een klimaatcrash te vermijden is een regelrechte revolutie nodig. En we hebben nog maximum 15 jaar om drastisch in te grijpen. Om de ergste gevolgen te weren moeten we de manier waarop we consumeren en produceren omgooien. Anders en beter met minder. Jones en Keytsman leggen niet alleen uit hoe dat moet gebeuren, ze leggen ook een sociale klemtoon. Een goed klimaatbeleid helpt de kloof tussen arm en rijk verkleinen.

We zetten enkele maatregelen op een rij. Op het vlak van bouwen en wonen wordt voor nieuwbouw het passiefhuis als norm vooropgesteld tegen 2020, voor verbouwingen het 1-literhuis (huizen die 1 liter stookolie verbruiken per m² per jaar). Registratierechten bij verkoop worden vervangen door investeringen in isolatie en energiebesparing. Gratis energieaudits leggen een basis om energiearmoede weg te werken. Dat mobiliteit een groot probleem blijft zal niemand ontkennen. Terloops wordt in het boek nog eens het aantal verkeersslachtoffers vermeld (1.200 per jaar in België, 40.000 in Europa). De vergelijking met Irak zal wel misplaatst zijn maar daar hebben de doden weinig aan. Een slimme kilometerheffing zou het gebruik en niet langer het bezit van een auto belasten. Om het aantal vliegreizen te beperken wordt op termijn gedacht aan individuele vliegquota (iedereen beschikt over een beperkt aantal vliegtuigkilometers per jaar). Dit idee is door te trekken naar de co2-uitstoot. Elk individu zou recht hebben op een beperkt uitstootrecht dat via een koolstofkredietkaart geregistreerd wordt.

De kost van alle maatregelen die worden voorgesteld bedraagt 3 miljard euro of 1 % van het bnp, een peulschil in vergelijking met de berekening die Brits econoom Nicholas Stern maakte. Daarin wordt de kost van de opwarming berekend indien we verder doen zoals we bezig zijn. Die prijs zou rond de 20 % van het bnp schommelen. Van een doemscenario gesproken.

De koevoet 139 – zomer 2007.

Dit boek komt net op tijd. Een zin die recensenten wel vaker gebruiken, vooral als ze een boek willen aanprijzen. Nu komt dit klimaatboek toch zeker niet dubbel op tijd! Aan de ene kant was er nood aan een Vlaams boek dat zich toespitst op klimaatproblemen en is geschreven op maat van een breder publiek. Nu mensen erkennen dat er op klimaatvlak iets gaande is, willen ze het ook begrijpen en, vooral, weten wat ze eraan kunnen doen. Aan de andere kant zijn beide (jonge) auteurs kandidaat bij de federale verkiezingen en wurmen ze zich (net op tijd) met deze publicatie in de publieke aandacht.

“Als we onze kinderen en kleinkinderen een klimaatcrash willen besparen, is er gewoonweg een revolutie nodig. … Er rest ons geen andere keuze dan dringend het fundament van onze consumptie- en productiewijze ter discussie te stellen.” Citaat van een jong rebel? Neen. De uitspraak komt van Prof. Jean-Pascal van Ypersele uit het voorwoord bij dit boek. Van Ypersele is professor in de klimatologie, vice-voorzitter van de tweede werkgroep van het IPCC èn voorzitter van de werkgroep ‘energie en klimaat’ van de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling.

Oplossingen dus. Na een krachtige introductie waarin duidelijk het probleem wordt geschetst, zeg maar een ‘snelcursus klimaat’ wordt zo ongeveer de hele rest van het boek (tweederde) besteed aan ecologische oplossingen. Het boek eindigt met een sterk pleidooi voor een ecologische omslag waarin Keytsman en Jones de engagementen opsommen voor ons land: een klimaatwet met concrete doelstellingen, een sociaal klimaatfonds voor lagere energiefacturen, een vice-premier voor klimaat, milieu en energie, energievernieuwing en een democratisch energieaanbod, een energiezuinig woonbeleid, aanpak van de mobiliteitsknoop, stimulering van het klimaatneutraal ondernemen en ecologische innovatie, bosbescherming, rechtvaardige en ecologische fiscaliteit. Tenslotte pleiten Jones en Keytsman voor een ecologisch klimaatpact. “Iedereen moet samenwerken”, zeggen ze, “overheden, sociale partners, bewegingen en de mensen”. Een serieus pact dat ons door de 21ste eeuw moet helpen, zoals het Sociaal Pact ons na de oorlog door de tweede helft van de vorige eeuw loodste.

Bovenal willen Keytsman en Jones in dit boek aantonen dat een ecologische revolutie mogelijk is. Géén terugkeer naar de duistere middeleeuwen, maar de aarde weer gezond maken. Doen we dat niet, dan kiezen we wèl voor de barbarij. De uit zijn voegen barstende economie crasht immers niet op de ecologische grenzen als een auto op een muur. Nee, deze grenzen zijn rekbaar en als vloeistof: ze kunnen tijdelijk geruisloos overschreden worden; niemand die het ziet. Maar de rijkdom van de ecosystemen wordt aangetast. Bij een aangehouden overbelasting, en daar zijn we al een tijd mee bezig, worden ecologische pijngrenzen doorboord. Gevaarlijke kettingreacties komen dan op gang, zoals een globale opwarming die zichzelf versterkt – ook als geen mens nog broeikasgas uitstoot. “Daarom mogen we deze afspraak met de geschiedenis niet missen”, besluiten Keytsman en Jones. Deze laatste doorkruist intussen het land met lezingen. Zijn programma consulteer je op www.petertomjones.be.

Bart Coenen

Uit: Seizoenen juni-juli 2007. Seizoenen is het tijdschrift van VELT.

Met de aanloop naar de verkiezingen is het gebruikelijk een evaluatie te maken van het gevoerde beleid, zo ook het klimaatbeleid van Paars. Voortrekkers van de milieubeweging en gerenommeerde wetenschappers kwamen de afgelopen dagen veelvuldig aan het woord in de geschreven pers. Wij gaan akkoord met de gerenommeerde ‘klimaatprofessor’ Philippe Huybrechts (VUB) wanneer die stelde dat het paarse milieubeleid tot nog toe bleef bij “gerommel in de marge”. Dezelfde evaluatie gaat ook op voor het beleid van Vlaams Minister van Leemilieu Kris Peeters (CD&V). Peeters verdedigt zijn beleid vanuit de redenering dat enkel een langzaam klimaatbeleid maatschappelijk gedragen kan worden én economisch en technisch haalbaar is.

Hoe valt deze weg van de geleidelijkheid evenwel te verzoenen met de wetenschappelijke doelstellingen van de recente VN-klimaatrapporten? Om de gevaarlijke grens van 2°C opwarming niet te overschrijden, schat het VN-klimaatpanel dat de mondiale broeikasuitstoot met 50 à 85% moet dalen tegen 2050. Voor de geïndustrialiseerde landen zoals België komt dit neer op een reductie van 90%. Wij staan vandaag voor een historisch kruispunt.Tezelfdertijd kan men ook stellen dat onze Vlaamse en federale milieuministers enorme kansen laten liggen door de wetenschappelijke uitdagingen als ‘onrealistisch’ voor te stellen. Zoals aangegeven in het jongste VN-klimaatrapport is het immers perfect mogelijk om de vereiste duurzaamheidstransitie te maken, zelfs aan een aanvaardbare economische kost (<3% Bruto Mondiaal Product). Daarvoor is een combinatie nodig van gedragswijzigingen (richting duurzame, grondstofarme consumptiepatronen) én eco-efficiënte technologie.

Laten we duidelijk zijn: de duurzame toekomst die we met zijn allen moeten realiseren, heeft niets van doen met een “terug de bomen in”-verhaal. De toekomst is aan de hitech-ecotech. De ecotechnologische oplossingen zijn in essentie bekend: microwarmtekrachtkoppeling, zonnecellen, windkracht, passiefhuizen, superefficiënte elektro en gemotoriseerde voertuigen, nieuwe verlichtingssystemen (LED’s, spaarlampen, daglichtlampen), green city planning etc.

Om dit alles te realiseren moet de overheid haar verantwoordelijkheid opnemen. Alleen zij kan een wetgevend kader voorzien dat de gedragswijzigingen én de nieuwe ecotechnologie aanmoedigt en versnelt. Dit kan via een intelligente combinatie van sensibiliserende, economische en juridische instrumenten. In plaats van te klagen over het gebrek aan maatschappelijk draagvlak, zorgt een moedig overheidsbeleid vanzelf voor de versterking en verbreding van dat draagvlak. Wanneer de overheid zoals in Japan het Top Runner Model invoert, laat ze enkel nog kwaliteit op de markt toe, terwijl bedrijven structureel worden gesteund voor eco-innovatie. Zo hebben consumenten het gemakkelijker bij de keuze voor energiezuinige toestellen, voertuigen, verpakkingen en andere producten. Wanneer ze, zoals in Californië, de 1 Watt-norm voor standby-verbruik voor elektrische apparaten invoert, kunnen gezinnen gemakkelijk 10% op hun elektriciteitsfactuur besparen. Als ze, zoals Duitsland al deed voor vrachtwagens, een slimme kilometerheffing invoert en de bestaande autobelastingen afschaft, maakt ze het bezit van een wagen goedkoper en belast ze vooral het gebruik, onder het motto “de vervuiler betaalt”. Met jaarlijks 40.000 gratis energieaudits én renteloze voorfinanciering van de aangeraden investeringen maakt ze energie-efficiënte renovatie voor elke verbouwer financieel haalbaar. Door de registratierechten om te vormen tot een klimaatsubsidie, creëert ze jaarlijks 50.000 energie-efficiëntere woningen. Wanneer ze, zoals in Duitsland, zichzelf nu al het passiefhuis als bouwnorm oplegt, zorgt ze ervoor dat er enkel nog comfortabele en energiezuinige sociale woningen, rusthuizen en overheidskantoren worden gebouwd. De wirwar aan energie- en klimaatfondsen kan ze oplossen met de integratie in één Sociaal Klimaatfonds voor lagere energiefacturen.

Deze voorbeelden illustreren dat er zich enorm veel kansen aandienen, tenminste als de politieke wil er is. De woorden van Prof. Huybrechts indachtig, erkennen wij volmondig dat een opbod aan dramatische berichtgeving over klimaatverandering slechts averechts werkt. Het komt erop aan te benadrukken dat het een volstrekte misvatting is dat het aanpakken van de klimaatwijzigingen een negatief verhaal is waarbij iedereen moet ‘inleveren’. Het gaat niet over de afbouw van de economie, de werkgelegenheid en de levenskwaliteit maar integendeel over een nieuwe, positieve economie die groeikansen geeft aan levenskwaliteit en werkzekerheid, niet alleen op de lange termijn maar ook voor iedereen op deze planeet. Dit is een positief én sociaal verhaal met oplossingen die de energiefactuur van gezinnen en bedrijven structureel verlagen, de energieautonomie versterken, duizenden kwaliteitsvolle banen creëren, en het recht garanderen op een schoner leefmilieu.

Els Keytsman en Peter Tom Jones zijn de auteurs van Het klimaatboek. Pleidooi voor een ecologische omslag (EPO, 2007, www.klimaatboek.be).

In De Standaard van 21 mei werd een artikelenreeks over het klimaat gepubliceerd. Eén van de vragen handelde over het langer openhouden kerncentrales. Els mocht de kernuitstap verdedigen.

Senator Etienne Schouppe (CD&V) ‘Wij zijn geen grote voor- of tegenstanders van kernenergie. We zijn er wel zeker van dat vasthouden aan de kernuitstap noodlottig zal zijn voor de bevoorradingszekerheid, de CO2-uitstoot, de energieprijs en de deskundigheid in ons land. Daartegenover staat dat de oudere kerncentrales, die versneld zijn afgeschreven op kosten van de klanten, een enorme opportuniteit zijn om langere tijd goedkope energie te kunnen verschaffen.

We stellen daarom voor om de kerncentrales nog vijftien of twintig jaar langer open te houden. Dat kan 10 miljard euro opleveren, waarmee de extra lasten voor de groene stroom opgevangen kunnen worden zonder prijsverhogingen. Uiteraard moet de veiligheid gegarandeerd blijven. De energieprijs optrekken zou een vergissing zijn. Energie moet betaalbaar blijven. Hoe kun je mensen overtuigen om te besparen, als ze daar alleen maar duurdere groene energie mee kunnen kopen?’

Els Keytsman (Groen!) ‘Dit is dom, zowel ecologisch als economisch. Kernenergie is ontzettend duur. Zonder zware subsidiëring zouden nucleaire centrales geen kans maken. Maar vooral is deze energievorm gevaarlijk. Ondanks vijftig jaar onderzoek is er nog altijd geen afdoende oplossing gevonden voor het nucleaire afval. We kunnen duizenden generaties na ons niet blijven opzadelen met afval waar niemand weg mee weet. Er zijn alternatieven. Het is hoog tijd dat nu ook de overheid die kaart trekt. Andere landen als Duitsland en Denemarken doen dat al langer en het heeft ze geen windeieren gelegd. De ecosector is in Duitsland goed voor anderhalf miljoen jobs.

Dat kernenergie nodig is om de CO2-uitstoot terug te dringen, is complete nonsens. Een recente studie wijst uit dat er zowel bij het delven van de grondstoffen, als bij het bouwen en ontmantelen van centrales CO2 vrijkomt. Met kerncentrales los je de CO2-uitstoot van auto’s of huizen niet op.’

In Knack van 16 mei 2007 wordt de kernuitstap opnieuw (halfslachtig) in vraag gesteld door Vlaams minister Kris Peeters. Peter Tom werd gevraagd om in de Pro-Contrarubriek te reageren op de uitspraken van Peeters.

Kris Peeters, Vlaams minister van Leefmilieu en Energie, vindt kernenergie een noodzakelijk kwaad en wil de centrales langer openhouden. ‘De winst investeren we in duurzame energie.’

Volgens Peter Tom Jones, onderzoeker aan de K.U. Leuven en de tweede op de Senaatslijst van Groen!, is uitstel moreel en economisch onverantwoord. ‘De wet op de kernuitstap moet worden gerespecteerd.’

Kris Peeters – JA

‘Ik ben nooit een grote believer van kernenergie geweest, maar het is een noodzakelijk kwaad als we in België aan onze energiebehoefte willen voldoen. Nu wordt 55 procent van de elektriciteit door kerncentrales opgewekt. Het lijkt paradoxaal, maar we kunnen onze afhankelijkheid van kernenergie sneller afbouwen als we die centrales langer openhouden. De extra winst investeren we in de ontwikkeling van duurzame energie. Daarmee volgen we het voorbeeld van Nederland, waar de centrale in Borselee ook na de eerder vooropgestelde datum van 2013 zal blijven werken.

De kleinere reactoren zouden in 2015 stilgelegd moeten worden. Wij willen die reactoren nu tot 2025 laten draaien. Volgens de huidige federale sluitingswet moeten de grote reactoren dan gesloten worden. Het spreekt voor zich dat daarbij de veiligheid in de bestaande centrales absoluut gegarandeerd moet blijven. Zo halen we om en bij de 10 miljard euro aan extra inkomsten binnen. Tegelijkertijd kopen we zo tijd om nieuwe, betrouwbare en CO2-neutrale productiecapaciteit te ontwikkelen. Nederland houdt om dezelfde reden zijn centrales langer open. Daar zijn ze ook van plan om de grotere winsten van de afgeschreven kerncentrales af te romen en die in alternatieve energievormen te investeren. Daarmee sla je dus twee vliegen in één klap.

We hebben ook genoeg hefbomen in handen om die grote winsten, die dankzij die afgeschreven centrales worden gemaakt, zwaarder te belasten. De vergunningen voor die reactoren moeten immers door de overheid afgeleverd worden. Overigens kunnen we de middelen die door een levensduurverlenging vrijkomen, best gebruiken. Want het milieuvriendelijk opwekken van elektriciteit met hernieuwbare energiebronnen en warmtekrachtkoppeling kost vandaag al meer dan 100 miljoen euro per jaar aan overheidssteun. Als we met Vlaanderen tegen 2020 de Europese doelstellingen willen halen, is jaarlijks ongeveer 1 miljard euro nodig.’

Peter Tom Jones – NEE

‘De kerncentrales langer openhouden stelt eerst en vooral ernstige gevaren voor de veiligheid. Geen enkel land heeft ervaring met 40 jaar oude centrales. Zolang de kernuitstap ter discussie wordt gesteld, wordt bovendien een klimaat van onzekerheid gecreëerd bij investeerders die nu nog aarzelen om definitief te kiezen voor duurzame technologie. In tegenstelling tot landen als Denemarken en Duitsland is België vandaag, op het vlak van hernieuwbare energie, achtergesteld gebied. Dat is jammer, want hernieuwbare energie schept banen en versterkt onze energieautonomie.

Dat België zo laag scoort, heeft grotendeels te maken met de verstikkende greep van Electrabel op de elektriciteitsmarkt. Met zijn afgeschreven nucleaire centrales beschikt het over een immens concurrentievoordeel ten opzichte van nieuwkomers. De consument, die in het verleden heeft bijgedragen tot die versnelde afschrijving, profiteert nu niet van die megawinsten. Groen! pleit daarom voor een afroming van die winsten (zolang de centrales nog blijven draaien) en de instelling van een maximumprijs op elektriciteit juist boven de marktprijs, om te verhinderen dat de taks doorgerekend wordt naar de klant. In 2006 sloot Paars met Electrabel echter het ‘Pax Electrica bis’, met inbegrip van de belofte geen extra lasten op te leggen. Voor Groen! is dat akkoord rechtsongeldig.

Naast economische argumenten is er ook nog een morele component die veel te weinig aan bod komt. ‘Ons’ uranium komt voor een groot deel uit gebieden waar inheemse volkeren wonen: bijvoorbeeld de Touaregs in Niger en de Inuit in Canada. De gevolgen voor de gezondheid en de leefomstandigheden voor die volkeren zijn dramatisch. En dan hebben we het nog niet gehad over het gevaar op nucleaire proliferatie en de berg hoogradioactief afval waarmee we de toekomstige generaties opzadelen. Na 50 jaar zwaar gesubsidieerd onderzoek is er nog steeds geen oplossing gevonden.’

Groen! Turnhout nodig iedereen graag uit op de plechtige overhandiging van ‘Het Klimaatboek – Pleidooi voor een ecologische omslag’ – geschreven door de Groen!e klimaatexperts Els Keytsman en Peter Tom Jones – aan de schepen van milieu Luc Hermans. Hij zal, in naam van het schepencollege, deze even interessante als boeiende lectuur in ontvangst nemen. Afspraak op woensdag, 9 mei in de raadszaal van het erfgoedhuis/stadhuis (Grote Markt) om 20u30.

Op zaterdag 12 mei, van 15u30 tot 17u00, verwacht men de auteurs voor hun boekvoorstelling (mét drankje) in de Standaard Boekhandel. (Hoek St.-Antoniusstraat – Leopoldstraat).

Dit krantenartikel verscheen in Het Nieuwsblad van 5 mei 2007

AALST – Aalsters gemeenteraadslid Els Keytsman (Groen!) en milieuonderzoeker aan de KU Leuven Peter Tom Jones pleiten in een boek voor een ecologische omslag. Het boek wordt vandaag voorgesteld.

‘We hebben dringend behoefte aan een politiek klimaatbeleid’, verklaart Els Keytsman. ‘Anders stevenen we af op een ecologische crisis. We naderen in snel tempo een onomkeerbare en oncontroleerbare opwarming van de aarde. De verantwoordelijkheid ligt bij de overheid. Zij moet het de burger door het opleggen van productennormen gemakkelijker maken bij de keuze van energiezuinige toestellen, verpakkingen en producten. Laat op de markt alleen kwaliteit toe.’ In het eerste deel van hun studie brengen de auteurs onder de titel Klimaat op hol? de huidige stand van zaken. Realistische ecologische oplossingen bieden ze aan in deel twee. ‘De voorgestelde oplossingen zijn sociaal rechtvaardig en wetenschappelijk verantwoord. Ze zijn haalbaar, maar wel radicaal.’

De auteurs hebben het ook over de energiearmoede. ‘De huidige overheidsmaatregelen komen te weinig te goede van de mensen in armoede. Een gezin is energiearm als het meer dan 10 procent van zijn voornaamste inkomen besteedt aan energie. ‘

Het boek eindigt met een pleidooi voor een ecologische omslag. ‘We pleiten voor grote afdwingende maatregelen met effect op lange termijn. Kleinschalige oplossingen met een kortstondig resultaat leiden uiteindelijk tot niets. Ze zijn hoogstens remmend.’

Interesse uit Nederland

De voorstelling van Het Klimaatboek heeft plaats op zaterdag 5 mei om 10.30 uur in boekhandel Woeste Willem in de Pontstraat. Het boek werd ook al door onze noorderburen opgemerkt. Keytsman werd naar aanleiding van de publicatie uitgenodigd om in Holland een debat met politici te modereren. (jla)

Deze recensie werd geschreven door Tom Willems (ACV) en verscheen ook op Uitpers.

Dit boek wil de laatste wetenschappelijke bevindingen m.b.t het klimaatprobleem vertaalbaar maken voor de leek. Daarbij wijzen de auteurs duidelijk op de historische schuld en verantwoordelijkheid van de westerse samenleving. Want zoveel is duidelijk: ondanks alle retoriek rond ‘duurzame ontwikkeling’, gaat het nog altijd steil bergaf met de toestand van de aarde.

Het is hoog tijd voor een ecologische omslag van onze productieprocessen en consumptiepatronen. Ook de Belgische politiek blijft hier nalatig: zelf het halen van de (bescheiden) Kyoto doelstellingen lijkt al te moeilijk voor het Belgisch beleid.

Het boek houdt tegelijkertijd een positieve boodschap in: het is nog niet te laat. Via technologische innovatie en gedragsverandering kunnen we het ontij nog keren. Deze maatschappelijke verandering kan bovendien leiden tot een beter leven voor allen, hier en elders, nu en in de toekomst.

Boodschappen die sterk naar voor komen in het boek:

  • Verbeter de wereld, begin bij jezelf. Het ecologisch vraagstuk van de eenentwintigste eeuw gaat eigenlijk over sociale rechtvaardigheid. Ons streven naar steeds meer materiële luxe is rechtstreeks verbonden met de armoede die elders gecreëerd wordt. Bovendien zijn het de zwakste bevolkingsgroepen die het eerst en het meest worden blootgesteld aan de schade van een ongezond leefmilieu. Het is een illusie dat de groeiende mondiale consumptieklasse gevrijwaard zal blijven van de problemen die zij zelf veroorzaakt. Ecologische duurzaamheid eist dat de milieu impact van onze consumptie met een factor 10 daalt.
  • Het eenzijdig marktdenken is achterhaald. Want het houdt geen rekening met de biofysische grenzen van het aardse ecosysteem. Deze grenzen worden nu overschreden. Als niet dringend wordt ingegrepen, zal de schade voor de mensheid onherstelbaar en gigantisch groot zijn. Een democratische overheid moet de touwtjes terug in handen nemen en het kader vastleggen waarbinnen het economisch gebeuren zich kan afspelen. Dit is een morele plicht.
  • Kiezen voor het goede leven. Dematerialisatie van het economisch gebeuren betekent meer tijd voor jezelf en de anderen, minder stress en welvaartsziekten, welgekomen onthaasting. Onafhankelijkheid van private transnationale ondernemingen voor de voorziening van basisdiensten betekent echte vrijheid en zekerheid voor de toekomst. De zoektocht naar steeds milieuvriendelijkere spitstechnologie betekent ruimte voor ondernemerschap, creativiteit en zinvolle arbeid.
  • Wereldtopprestaties van onze industrie worden kunstmatig opgeblazen. Als oppositiepartij is Groen! de enige die de opgefokte ‘wereldtopmythe’ durft te doorprikken. De afgesloten energieconvenanten vertonen immers een groot gebrek aan transparantie en worden zelfs omschreven als een vehikel voor lastenverlaging. Ze zetten het bedrijfsleven onvoldoende aan tot nieuwe investeringen in energie-efficiëntie. Daardoor zullen de energieconvenanten op termijn zelfs contraproductief werken.
  • Een rist vernieuwende maatregelen. Waaronder:
    • Registratierechten gebruiken voor Kyoto krediet.
    • Eén sociaal klimaatfonds, dat structureel het probleem van de energie armoede aanpakt door de kwaliteit van de woningen systematisch te verbeteren.
    • Evolutie naar een slim distributie netwerk, waarbij ieder huishouden zowel producent als gebruiker van energie wordt.
    • De belangrijke rol van productnormering (invoering van Top Runner Model)
    • Energietransitie is ook een machtstrijd. Door te evolueren naar een sterk gedecentraliseerd netwerk komt men in botsing met belangen van gevestigde transnationale energiebedrijven. De ondernemingen zullen bij ontstaan van energieschaarste bovendien grotere winsten maken, die onvoldoende gebruikt worden voor nieuwe investeringen in kader van duurzaamheid. Deze megawinsten dienen in de huidige constellatie immers om de eigen marktpositie te versterken.
    • Pleidooi voor een verregaande vergroening van de fiscaliteit. Waarbij de kostprijs van CO2 gerecycleerd wordt in de economie. Dan is op middellange termijn een absolute ontkoppeling (tot – 30% tegen 2020) tussen economische groei en milieudruk mogelijk.
    • Biodiversiteit als levensverzekering. Daarom strikte critaria voor het gebruik van biomassa, zoniet verplaatst met het probleem (naar het Zuiden en de toekomst).

Toch verdienen een aantal punten meer nuancering en verdere uitwerking:

  • België is geen eiland. Er moet een duidelijker onderscheid komen tussen maatregelen die voornamelijk op Europees niveau dienen uitgewerkt te worden en hoe België (de gewesten) hier aanvullend op moeten inspelen. Dit geldt in het bijzonder voor de aanpak van de energie intensieve industrie en het gebruik van productnormering. Hoewel de Belgische geologie waarschijnlijk weinig mogelijkheden biedt voor koolstofopslag, lijken er op Europees niveau toch een aantal mogelijkheden te bestaan.
  • Zonder een pleidooi te willen houden voor kernenergie, wordt de tegenstelling tussen exploitatie van kerncentrales en de ontwikkeling van hernieuwbare energie te sterk op de spits gedreven.

Al bij al is het een vlot leesbaar werk, over een veelomvattend en complex thema, dat de burger aanzet tot nadenken. In de aanloop van de federale verkiezingen zal de gemaakte analyse het debat over het Belgisch klimaatbeleid voeden. En daardoor zal dit werk ongetwijfeld bijdragen tot de noodzakelijke actie van beleidsvoerders en middenveldsorganisaties en burgers.

(Uitpers, nr 86, 8ste jg. , mei 2007)

Tom Willems is Adviseur Milieu, Energie en DO, studiedienst ACV

« Vorige PaginaVolgende Pagina »