Naar aanleiding van het verschijnen van Het Klimaatboek nam Knack-journaliste Celine De Coster een interview af over het het wanbeheer van de verschillende energie- en klimaatfondsen. Hieronder vind je de tekst van het interview, we hebben er zelf links aan vernoemde studies, personen en organisaties aan toegevoegd.
Meer fondsen dan maatregelen
Het Belgische energie- en woonbeleid blinkt uit in kortetermijndenken, vindt Els Keytsman van Groen! ‘Zowat elke minister heeft zijn eigen energiefonds, en het geld daarvan wordt niet gebruikt waarvoor het eigenlijk bestemd is.’
Klimaat, energie en wonen: het hangt allemaal samen. België moet tegen 2012 zijn uitstoot van broeikasgassen met 7,5 procent verminderen tegenover 1990. Alleen dan voldoet ons land aan de doelstellingen van het Kyotoprotocol. Het kan dus niet anders of we moeten hernieuwbare energiebronnen aanboren als milieuvriendelijk alternatief, en daarnaast is het aangewezen om onze woningen energiezuinig te maken.
Goede informatie daarover is heel erg nodig. ‘Jammer genoeg blinkt het paarse beleid ter zake niet uit in transparantie’ zegt Els Keytsman, tweede op de Oost-Vlaamse Kamerlijst voor Groen! ‘Bovendien hebben de jongste maatregelen rond klimaat, energie en wonen een hoog ad-hocgehalte. De stookoliecheques voor gezinnen met een laag inkomen, bijvoorbeeld. Die worden uitgedeeld als de olieprijzen stijgen, maar daarna staan we weer even ver. Naar duurzame alternatieven wordt niet gezocht.’
Het is slechts een van de dingen die Els Keytsman aankaart in Het klimaatboek, pleidooi voor een ecologische omslag dat op 16 april in de rekken ligt. Ze schreef het samen met Peter Tom Jones, klimaatwetenschapper en op 10 juni tweede op de Senaatslijst voor Groen! ‘We vonden dat het tijd was voor actie, want het klimaatprobleem is zeer acuut. En ja, de overheid hééft al maatregelen genomen, maar niet genoeg om de vereiste omslag teweeg te brengen. Bovendien staan alle maatregelen los van elkaar, wat de doeltreffendheid ervan niet ten goede komt.’
Keytsman richt haar pijlen vooral op de energiefondsen die de laatste jaren als paddenstoelen uit de grond zijn geschoten. Op federaal niveau alleen al zijn het er zes (zie kader). De zes fondsen hebben samen ongeveer 280 miljoen euro, maar het grootste deel van dat geld ligt te slapen – of wordt niet gebruikt waarvoor het eigenlijk bedoeld was.
‘Neem nu het Kyotofonds’, zegt Keytsman. ‘Aanvankelijk was het de bedoeling om er vooral energie-efficiënte investeringen mee te subsidiëren. Blijkt nu dat het meeste geld gereserveerd wordt voor de aankoop van vervuilingsrechten in het buitenland, om zo de Kyotonorm te halen. Dat helpt natuurlijk óók, maar de kern van het verhaal zouden bínnenlandse klimaatmaatregelen moeten zijn. Temeer omdat het om geld gaat dat afkomstig is van de Belgische consument.’
Els Keytsman rukt de zaken uit hun groter verband, vindt Bruno Tobback, federaal minister van Leefmilieu (SP.A). ‘In 2004 hebben de verschillende overheden in ons land een samenwerkingsakkoord gesloten over Kyoto. Om ons doel te bereiken, engageerde elke overheid zich ertoe om twee derde van het verhaal in eigen land te verwezenlijken – met fiscale voordelen voor milieuvriendelijke investeringen bijvoorbeeld – en één derde werd gereserveerd voor emissierechten in het buitenland. Nu pas komt het Kyotofonds op de proppen. Het gaat inderdaad om een geldreserve, die we achter de hand houden voor als zou blijken dat we onze doelstellingen niet halen. Maar tot nu toe werden er nog geen emissierechten in het buitenland mee gekocht.’
Behalve het Kyotofonds zijn er nog vijf andere energiefondsen, zoals Fedesco. De bedoeling van dit fonds: het laten uitvoeren van energieaudits in overheidsgebouwen, en energie-efficiënte projecten voorfinancieren. Voor 2007 werden audits voorzien in slechts 8 overheidsgebouwen, op een totaal van ongeveer 1.800, viste Els Keytsman uit. ‘Dat is absoluut niet waar’ reageert Els Van Weert, staatssecretaris voor Duurzame Ontwikkeling (Spirit). ‘Er staan echt wel meer audits op stapel. Fedesco heeft misschien enkele kinderziekten gehad – er zijn audits uitgevoerd in gebouwen die binnenkort leeg komen te staan, bijvoorbeeld, en we hebben een tijdje zonder algemeen directeur gezeten – maar nu werkt Fedesco stilaan op kruissnelheid.’
In het pakket energiefondsen zitten ook fondsen die zich het lot van mensen in armoede aantrekken – hun schrijnende toestand wordt vaak mee veroorzaakt door steeds stijgende energiefacturen. Maar ook hier schort er heel wat, zegt Els Keytsman. ‘Met het geld van het sociale energiefonds moeten de OCMW’s mensen helpen die hun energiefacturen niet kunnen betalen. De OCMW’s moeten ook preventief te werk gaan, door budgetbegeleiding op poten te zetten. Maar dat blijkt vaak niet te gebeuren.’
Het Verbruikersateljee, een beweging voor de kleine consument, stelde zelfs vast dat de OCMW’s twee derde van de middelen uit het sociale energiefonds gebruikten voor personeelskosten. Het extra geld diende dus vaak niet om het nodige extra personeel aan te werven. Er werd integendeel een beroep gedaan op bestaand OCMW-personeel, om zo begrotingstekorten op te vullen. De kwestie kwam aan bod tijdens een hoorzitting in het Vlaams Parlement, op 23 januari 2006.
De CREG, die het sociale energiefonds beheert, wil geen inhoudelijk commentaar geven over de manier waarop het geld besteed wordt. ‘Dat is de verantwoordelijkheid van de OCMW’s’, zegt Guido Camps, CREG-directeur voor de Controle van de Prijzen van Gas en Elektriciteit. ‘Wij hebben daar niks mee te maken. De CREG int het geld, beheert het, en verdeelt het over de Belgische OCMW’s. Daarna is onze rol uitgespeeld. Wie dan verder bevoegd is voor de zaak? Binnenlandse Aangelegenheden misschien, bij de Gewesten? Ik zou het niet kunnen zeggen.’
Een studie uit 2006, uitgevoerd door het Hoger Instituut voor de Arbeid (K.U. Leuven) en het Centre d’Etudes Economiques et Sociales de l’Environnement (Université Libre de Bruxelles), kaart de zaak wél aan. Er is een gebrek aan visie omtrent de aanpak van het energieprobleem voor kansarme gezinnen, aldus het rapport, en ook bij de OCMW’s zélf is de vraag naar meer afstemming tussen de overheidsmaatregelen groot. De studie pleit voor de fusie van enkele sociale energiefondsen om de zaken te stroomlijnen.
Els Keytsman gaat nog verder. Zij pleit ervoor om van de zes federale energiefondsen één enkel Sociaal Klimaatfonds te maken, dat onder de bevoegdheid valt van slechts één persoon: een vicepremier van Leefmilieu, Klimaat en Energie. ‘Energie, milieu en wonen zijn drie thema’s waarbij de bevoegdheden geweldig door elkaar lopen, en bovendien opereren de verschillende overheden vaak naast elkaar. Er moet een veel betere coördinatie komen door iemand die prominent aanwezig is in de regering. Een vicepremier dus.’
Els Van Weert vindt dat het niet opgaat om alle energiefondsen op één hoop te gooien. ‘Het sociale energiefonds heeft hoegenaamd niks meer met klimaat te maken. Het gaat om een kruising tussen energie en kansarmoede, een totaal andere invalshoek dan bijvoorbeeld het Kyotofonds.’ Ook Bruno Tobback vindt dat Keytsman overdrijft. ‘Zo kan ik ook tien dingen opsommen die eventueel in haar verhaal zouden kunnen passen. Wat is de meerwaarde van zo’n lukrake optelsom? Volgens mij moet elke minister in zijn eigen departement zijn best trachten te doen. Of iedereen nú zijn best doet? (korte aarzeling) Ieder departement zou zijn best móéten doen.’
Els Keytsman betoogt dat de klimaatkwestie ook een sociaal verhaal is. ‘Als je zorgt voor energiezuinige woningen levert dat lagere energiefacturen op. Door aan het klimaat te denken, los je dus een stukje van de armoede op.’ Het is een goed denkspoor om het aantal energiefondsen te reduceren, vindt Els Van Weert. ‘Maar één fonds is onhaalbaar. Veel zaken zijn wettelijk vastgeklonken, en er zijn ook verschillende invalshoeken die moeilijk verenigbaar zijn.’
De weg die België nu bewandelt, is niet de goede, zegt Keytsman stellig. Vooral kansarmen wonen in huizen waar de energie letterlijk naar buiten vliegt, en zelfs wat nieuwbouw betreft loopt ons land achterop. ‘De energieprestatienormen die dit jaar werden opgelegd, bestaan al dertig jaar in landen als Denemarken. Het huidige beleid voldoet dus niet. Meer nog, zoals het er nu naar uitziet, zal België de Kyotonormen niet halen.’
Er is een overaanbod aan gezaghebbende rapporten die hongersnoden, overstromingen en ook economische rampspoed voorspellen als we niet gauw in actie schieten, beweert Keytsman. Bezondigt zij zich daarmee niet aan groen doemdenken? ‘Een beredeneerd klimaatbeleid creëert vooral pósitieve effecten’, werpt Els Keytsman tegen. ‘Zoals een lagere energiefactuur en dus een hogere koopkracht, maar ook extra jobs.’ Dat laatste wordt in elk geval bevestigd door de Vlaamse Confederatie Bouw, die in 2004 becijferde dat 10.000 woningen die beter geïsoleerd worden liefst 1200 arbeidsplaatsen zouden creëren. Duitsland bijvoorbeeld kan al pronken met 300.000 nieuwe jobs in de sector van de hernieuwbare energie. Nu België nog.
Dit artikel verscheen in Knack van 21 maart 2007, pp. 21-24.