Sofie Put is adviseur duurzame ontwikkeling en Europa – studiedienst van het ACW. Op de officiële voorstelling van ‘Het klimaatboek’ sprak ze in naam van het ACW. Hieronder een samenvatting van haar feedback op het boek, zoals weergegeven op de persconferentie van maandag 16 april.

Het boek gaat uit van een lange termijn visie, van een visie van duurzame ontwikkeling: “een ontwikkeling die blijft duren” , die houdbaar is. De auteurs doen dit via een wetenschappelijke onderbouw; deze van de ecologische economie. Te bereiken doel én tevens noodzaak is een dematerialisatie van de economie en een koolstofvrije energieproductie.

Op basis daarvan, en dus niet via een lukrake opsomming van allerlei korte termijnmaatregeltjes leggen de auteurs een beleidspakket voor.Dit beleidspakket is integraal, duidelijk en transparant van aanpak. Het klimaatbeleid dat tot nog toe in dit land gevoerd werd en wordt, draagt die kwaliteiten niet in zich.

Het boek beschrijft hiervan een typerend voorbeeld: het gebruik van de verschillende energiefondsen in dit land. Er zijn vandaag 6 federale energiefondsen. In alle federale fondsen zit ongeveer 280 mio euro. Niet alleen veroorzaken al die verschillende fondsen een verspilling van de middelen en personeel; het overgrote deel van het geld is bevroren of wordt vaak niet gebruikt waarvoor het is bedoeld.De fondsen werken naast mekaar en de middelen van elk afzonderlijk zijn te beperkt om de doelstellingen te bereiken.

De auteurs slagen er wel in die coherente aanpak voor te leggen. Dit is vooral te danken aan een consequente uitwerking van die wetenschappelijke basis waarmee het boek start.

Binnen het ACW wordt duurzame ontwikkeling hertaald via onze fundamentele doelstellingen: sociale rechtvaardigheid, democratie en participatie.En het zijn net die klemtonen die als rode draden doorheen het beleidspakket in dit boek terug te vinden zijn. Het is ook met deze bril op dat ik enkele beleidsvoorstellen van de auteurs ga aanhalen.

De gevolgen van de klimaatverandering treffen eerst én vooral de allerzwaksten, zowel op mondiaal niveau als in onze eigen samenleving. Het milieu- en het klimaatprobleem wordt door de auteurs correct gezien als een ethisch, sociaal en politiek probleem. Het principe van sociale rechtvaardigheid vormt een uitgangspunt van de voorgestelde beleidsaanpak; energiearmoede wordt uitvoerig behandeld in dit beleidspakket. Dit is een belangrijke meerwaarde: sociale rechtvaardigheid betekent nl. meer dan energiescans bij enkele minder begoede woningen uitvoeren en dan wat tochtstrips aanbrengen. Sociale rechtvaardigheid heeft nood aan structurele maatregelen.

“Energie is een basisbehoefte en moet dus ook als een basisrecht aanzien worden”. De klimaatverandering indachtig moet “duurzaam kunnen omgaan met energie” het te verwerven basisrecht worden. Hiervan zijn we echter nog ver verwijderd. De auteurs stellen een aantal sociale maatregelen voor die dit willen bewerkstelligen. Focus ligt op energiearmen, op huurders en ook op de consument in het algemeen.

Een beleid heeft pas kans op slagen als het vaste grond bij de bevolking vindt.De noodzakelijke ecologische omslag die nu gemaakt moet worden behoeft niet alleen draagvlak bij de bevolking; de mensen moeten ook participatief betrokken worden bij de aanpak. Participatie is een noodzakelijke voorwaarde om te komen tot democratie. Ook dit hebben de auteurs begrepen: het beleidsplan is doorweven met structurele maatregelen waarin de consument, het individu de handelende actor is.

Hernieuwbare energie komt pas echt tot haar recht in decentrale productie zoals bij een lokale of regionale economie, in autonome verbanden, in vormen van zelfvoorziening van gezinnen, bedrijven, wijken en regio’s. Kiezen voor energieveiligheid is dus kiezen voor energieautonomie. Hernieuwbare energiedragers dragen een enorm potentieel aan autonomie en zelfbeschikking in zich. Zowel voor landen als voor individuele burgers geldt dat democratie en zelfbeschikking maar verzekerd kunnen blijven als er voldoende autonomie is inzake energietoevoer.

Het voorgestelde beleidsplan is doordacht, structureel en sociaal duurzaam. Met sociale rechtvaardigheid, participatie en democratie als uitgangspunten én leidraden heeft én verdient het ook alle kansen op slagen.