mei 2007
Monthly Archive
maandag 21 mei 2007
Posted by Els Keytsman under
kernenergie
1 reactie
In De Standaard van 21 mei werd een artikelenreeks over het klimaat gepubliceerd. Eén van de vragen handelde over het langer openhouden kerncentrales. Els mocht de kernuitstap verdedigen.
Senator Etienne Schouppe (CD&V) ‘Wij zijn geen grote voor- of tegenstanders van kernenergie. We zijn er wel zeker van dat vasthouden aan de kernuitstap noodlottig zal zijn voor de bevoorradingszekerheid, de CO2-uitstoot, de energieprijs en de deskundigheid in ons land. Daartegenover staat dat de oudere kerncentrales, die versneld zijn afgeschreven op kosten van de klanten, een enorme opportuniteit zijn om langere tijd goedkope energie te kunnen verschaffen.
We stellen daarom voor om de kerncentrales nog vijftien of twintig jaar langer open te houden. Dat kan 10 miljard euro opleveren, waarmee de extra lasten voor de groene stroom opgevangen kunnen worden zonder prijsverhogingen. Uiteraard moet de veiligheid gegarandeerd blijven. De energieprijs optrekken zou een vergissing zijn. Energie moet betaalbaar blijven. Hoe kun je mensen overtuigen om te besparen, als ze daar alleen maar duurdere groene energie mee kunnen kopen?’
Els Keytsman (Groen!) ‘Dit is dom, zowel ecologisch als economisch. Kernenergie is ontzettend duur. Zonder zware subsidiëring zouden nucleaire centrales geen kans maken. Maar vooral is deze energievorm gevaarlijk. Ondanks vijftig jaar onderzoek is er nog altijd geen afdoende oplossing gevonden voor het nucleaire afval. We kunnen duizenden generaties na ons niet blijven opzadelen met afval waar niemand weg mee weet. Er zijn alternatieven. Het is hoog tijd dat nu ook de overheid die kaart trekt. Andere landen als Duitsland en Denemarken doen dat al langer en het heeft ze geen windeieren gelegd. De ecosector is in Duitsland goed voor anderhalf miljoen jobs.
Dat kernenergie nodig is om de CO2-uitstoot terug te dringen, is complete nonsens. Een recente studie wijst uit dat er zowel bij het delven van de grondstoffen, als bij het bouwen en ontmantelen van centrales CO2 vrijkomt. Met kerncentrales los je de CO2-uitstoot van auto’s of huizen niet op.’
maandag 21 mei 2007
Posted by Els Keytsman under
kernenergie
[2] Comments
In Knack van 16 mei 2007 wordt de kernuitstap opnieuw (halfslachtig) in vraag gesteld door Vlaams minister Kris Peeters. Peter Tom werd gevraagd om in de Pro-Contrarubriek te reageren op de uitspraken van Peeters.
Kris Peeters, Vlaams minister van Leefmilieu en Energie, vindt kernenergie een noodzakelijk kwaad en wil de centrales langer openhouden. ‘De winst investeren we in duurzame energie.’
Volgens Peter Tom Jones, onderzoeker aan de K.U. Leuven en de tweede op de Senaatslijst van Groen!, is uitstel moreel en economisch onverantwoord. ‘De wet op de kernuitstap moet worden gerespecteerd.’
Kris Peeters – JA
‘Ik ben nooit een grote believer van kernenergie geweest, maar het is een noodzakelijk kwaad als we in België aan onze energiebehoefte willen voldoen. Nu wordt 55 procent van de elektriciteit door kerncentrales opgewekt. Het lijkt paradoxaal, maar we kunnen onze afhankelijkheid van kernenergie sneller afbouwen als we die centrales langer openhouden. De extra winst investeren we in de ontwikkeling van duurzame energie. Daarmee volgen we het voorbeeld van Nederland, waar de centrale in Borselee ook na de eerder vooropgestelde datum van 2013 zal blijven werken.
De kleinere reactoren zouden in 2015 stilgelegd moeten worden. Wij willen die reactoren nu tot 2025 laten draaien. Volgens de huidige federale sluitingswet moeten de grote reactoren dan gesloten worden. Het spreekt voor zich dat daarbij de veiligheid in de bestaande centrales absoluut gegarandeerd moet blijven. Zo halen we om en bij de 10 miljard euro aan extra inkomsten binnen. Tegelijkertijd kopen we zo tijd om nieuwe, betrouwbare en CO2-neutrale productiecapaciteit te ontwikkelen. Nederland houdt om dezelfde reden zijn centrales langer open. Daar zijn ze ook van plan om de grotere winsten van de afgeschreven kerncentrales af te romen en die in alternatieve energievormen te investeren. Daarmee sla je dus twee vliegen in één klap.
We hebben ook genoeg hefbomen in handen om die grote winsten, die dankzij die afgeschreven centrales worden gemaakt, zwaarder te belasten. De vergunningen voor die reactoren moeten immers door de overheid afgeleverd worden. Overigens kunnen we de middelen die door een levensduurverlenging vrijkomen, best gebruiken. Want het milieuvriendelijk opwekken van elektriciteit met hernieuwbare energiebronnen en warmtekrachtkoppeling kost vandaag al meer dan 100 miljoen euro per jaar aan overheidssteun. Als we met Vlaanderen tegen 2020 de Europese doelstellingen willen halen, is jaarlijks ongeveer 1 miljard euro nodig.’
Peter Tom Jones – NEE
‘De kerncentrales langer openhouden stelt eerst en vooral ernstige gevaren voor de veiligheid. Geen enkel land heeft ervaring met 40 jaar oude centrales. Zolang de kernuitstap ter discussie wordt gesteld, wordt bovendien een klimaat van onzekerheid gecreëerd bij investeerders die nu nog aarzelen om definitief te kiezen voor duurzame technologie. In tegenstelling tot landen als Denemarken en Duitsland is België vandaag, op het vlak van hernieuwbare energie, achtergesteld gebied. Dat is jammer, want hernieuwbare energie schept banen en versterkt onze energieautonomie.
Dat België zo laag scoort, heeft grotendeels te maken met de verstikkende greep van Electrabel op de elektriciteitsmarkt. Met zijn afgeschreven nucleaire centrales beschikt het over een immens concurrentievoordeel ten opzichte van nieuwkomers. De consument, die in het verleden heeft bijgedragen tot die versnelde afschrijving, profiteert nu niet van die megawinsten. Groen! pleit daarom voor een afroming van die winsten (zolang de centrales nog blijven draaien) en de instelling van een maximumprijs op elektriciteit juist boven de marktprijs, om te verhinderen dat de taks doorgerekend wordt naar de klant. In 2006 sloot Paars met Electrabel echter het ‘Pax Electrica bis’, met inbegrip van de belofte geen extra lasten op te leggen. Voor Groen! is dat akkoord rechtsongeldig.
Naast economische argumenten is er ook nog een morele component die veel te weinig aan bod komt. ‘Ons’ uranium komt voor een groot deel uit gebieden waar inheemse volkeren wonen: bijvoorbeeld de Touaregs in Niger en de Inuit in Canada. De gevolgen voor de gezondheid en de leefomstandigheden voor die volkeren zijn dramatisch. En dan hebben we het nog niet gehad over het gevaar op nucleaire proliferatie en de berg hoogradioactief afval waarmee we de toekomstige generaties opzadelen. Na 50 jaar zwaar gesubsidieerd onderzoek is er nog steeds geen oplossing gevonden.’
dinsdag 8 mei 2007
Posted by Els Keytsman under
activiteit
[2] Comments
Groen! Turnhout nodig iedereen graag uit op de plechtige overhandiging van ‘Het Klimaatboek – Pleidooi voor een ecologische omslag’ – geschreven door de Groen!e klimaatexperts Els Keytsman en Peter Tom Jones – aan de schepen van milieu Luc Hermans. Hij zal, in naam van het schepencollege, deze even interessante als boeiende lectuur in ontvangst nemen. Afspraak op woensdag, 9 mei in de raadszaal van het erfgoedhuis/stadhuis (Grote Markt) om 20u30.
Op zaterdag 12 mei, van 15u30 tot 17u00, verwacht men de auteurs voor hun boekvoorstelling (mét drankje) in de Standaard Boekhandel. (Hoek St.-Antoniusstraat – Leopoldstraat).
zaterdag 5 mei 2007
Dit krantenartikel verscheen in Het Nieuwsblad van 5 mei 2007
AALST – Aalsters gemeenteraadslid Els Keytsman (Groen!) en milieuonderzoeker aan de KU Leuven Peter Tom Jones pleiten in een boek voor een ecologische omslag. Het boek wordt vandaag voorgesteld.
‘We hebben dringend behoefte aan een politiek klimaatbeleid’, verklaart Els Keytsman. ‘Anders stevenen we af op een ecologische crisis. We naderen in snel tempo een onomkeerbare en oncontroleerbare opwarming van de aarde. De verantwoordelijkheid ligt bij de overheid. Zij moet het de burger door het opleggen van productennormen gemakkelijker maken bij de keuze van energiezuinige toestellen, verpakkingen en producten. Laat op de markt alleen kwaliteit toe.’ In het eerste deel van hun studie brengen de auteurs onder de titel Klimaat op hol? de huidige stand van zaken. Realistische ecologische oplossingen bieden ze aan in deel twee. ‘De voorgestelde oplossingen zijn sociaal rechtvaardig en wetenschappelijk verantwoord. Ze zijn haalbaar, maar wel radicaal.’
De auteurs hebben het ook over de energiearmoede. ‘De huidige overheidsmaatregelen komen te weinig te goede van de mensen in armoede. Een gezin is energiearm als het meer dan 10 procent van zijn voornaamste inkomen besteedt aan energie. ‘
Het boek eindigt met een pleidooi voor een ecologische omslag. ‘We pleiten voor grote afdwingende maatregelen met effect op lange termijn. Kleinschalige oplossingen met een kortstondig resultaat leiden uiteindelijk tot niets. Ze zijn hoogstens remmend.’
Interesse uit Nederland
De voorstelling van Het Klimaatboek heeft plaats op zaterdag 5 mei om 10.30 uur in boekhandel Woeste Willem in de Pontstraat. Het boek werd ook al door onze noorderburen opgemerkt. Keytsman werd naar aanleiding van de publicatie uitgenodigd om in Holland een debat met politici te modereren. (jla)
vrijdag 4 mei 2007
Posted by Els Keytsman under
Zonder categorie
1 reactie
Deze recensie werd geschreven door Tom Willems (ACV) en verscheen ook op Uitpers.
Dit boek wil de laatste wetenschappelijke bevindingen m.b.t het klimaatprobleem vertaalbaar maken voor de leek. Daarbij wijzen de auteurs duidelijk op de historische schuld en verantwoordelijkheid van de westerse samenleving. Want zoveel is duidelijk: ondanks alle retoriek rond ‘duurzame ontwikkeling’, gaat het nog altijd steil bergaf met de toestand van de aarde.
Het is hoog tijd voor een ecologische omslag van onze productieprocessen en consumptiepatronen. Ook de Belgische politiek blijft hier nalatig: zelf het halen van de (bescheiden) Kyoto doelstellingen lijkt al te moeilijk voor het Belgisch beleid.
Het boek houdt tegelijkertijd een positieve boodschap in: het is nog niet te laat. Via technologische innovatie en gedragsverandering kunnen we het ontij nog keren. Deze maatschappelijke verandering kan bovendien leiden tot een beter leven voor allen, hier en elders, nu en in de toekomst.
Boodschappen die sterk naar voor komen in het boek:
- Verbeter de wereld, begin bij jezelf. Het ecologisch vraagstuk van de eenentwintigste eeuw gaat eigenlijk over sociale rechtvaardigheid. Ons streven naar steeds meer materiële luxe is rechtstreeks verbonden met de armoede die elders gecreëerd wordt. Bovendien zijn het de zwakste bevolkingsgroepen die het eerst en het meest worden blootgesteld aan de schade van een ongezond leefmilieu. Het is een illusie dat de groeiende mondiale consumptieklasse gevrijwaard zal blijven van de problemen die zij zelf veroorzaakt. Ecologische duurzaamheid eist dat de milieu impact van onze consumptie met een factor 10 daalt.
- Het eenzijdig marktdenken is achterhaald. Want het houdt geen rekening met de biofysische grenzen van het aardse ecosysteem. Deze grenzen worden nu overschreden. Als niet dringend wordt ingegrepen, zal de schade voor de mensheid onherstelbaar en gigantisch groot zijn. Een democratische overheid moet de touwtjes terug in handen nemen en het kader vastleggen waarbinnen het economisch gebeuren zich kan afspelen. Dit is een morele plicht.
- Kiezen voor het goede leven. Dematerialisatie van het economisch gebeuren betekent meer tijd voor jezelf en de anderen, minder stress en welvaartsziekten, welgekomen onthaasting. Onafhankelijkheid van private transnationale ondernemingen voor de voorziening van basisdiensten betekent echte vrijheid en zekerheid voor de toekomst. De zoektocht naar steeds milieuvriendelijkere spitstechnologie betekent ruimte voor ondernemerschap, creativiteit en zinvolle arbeid.
- Wereldtopprestaties van onze industrie worden kunstmatig opgeblazen. Als oppositiepartij is Groen! de enige die de opgefokte ‘wereldtopmythe’ durft te doorprikken. De afgesloten energieconvenanten vertonen immers een groot gebrek aan transparantie en worden zelfs omschreven als een vehikel voor lastenverlaging. Ze zetten het bedrijfsleven onvoldoende aan tot nieuwe investeringen in energie-efficiëntie. Daardoor zullen de energieconvenanten op termijn zelfs contraproductief werken.
- Een rist vernieuwende maatregelen. Waaronder:
- Registratierechten gebruiken voor Kyoto krediet.
- Eén sociaal klimaatfonds, dat structureel het probleem van de energie armoede aanpakt door de kwaliteit van de woningen systematisch te verbeteren.
- Evolutie naar een slim distributie netwerk, waarbij ieder huishouden zowel producent als gebruiker van energie wordt.
- De belangrijke rol van productnormering (invoering van Top Runner Model)
- …
- Energietransitie is ook een machtstrijd. Door te evolueren naar een sterk gedecentraliseerd netwerk komt men in botsing met belangen van gevestigde transnationale energiebedrijven. De ondernemingen zullen bij ontstaan van energieschaarste bovendien grotere winsten maken, die onvoldoende gebruikt worden voor nieuwe investeringen in kader van duurzaamheid. Deze megawinsten dienen in de huidige constellatie immers om de eigen marktpositie te versterken.
- Pleidooi voor een verregaande vergroening van de fiscaliteit. Waarbij de kostprijs van CO2 gerecycleerd wordt in de economie. Dan is op middellange termijn een absolute ontkoppeling (tot – 30% tegen 2020) tussen economische groei en milieudruk mogelijk.
- Biodiversiteit als levensverzekering. Daarom strikte critaria voor het gebruik van biomassa, zoniet verplaatst met het probleem (naar het Zuiden en de toekomst).
Toch verdienen een aantal punten meer nuancering en verdere uitwerking:
- België is geen eiland. Er moet een duidelijker onderscheid komen tussen maatregelen die voornamelijk op Europees niveau dienen uitgewerkt te worden en hoe België (de gewesten) hier aanvullend op moeten inspelen. Dit geldt in het bijzonder voor de aanpak van de energie intensieve industrie en het gebruik van productnormering. Hoewel de Belgische geologie waarschijnlijk weinig mogelijkheden biedt voor koolstofopslag, lijken er op Europees niveau toch een aantal mogelijkheden te bestaan.
- Zonder een pleidooi te willen houden voor kernenergie, wordt de tegenstelling tussen exploitatie van kerncentrales en de ontwikkeling van hernieuwbare energie te sterk op de spits gedreven.
Al bij al is het een vlot leesbaar werk, over een veelomvattend en complex thema, dat de burger aanzet tot nadenken. In de aanloop van de federale verkiezingen zal de gemaakte analyse het debat over het Belgisch klimaatbeleid voeden. En daardoor zal dit werk ongetwijfeld bijdragen tot de noodzakelijke actie van beleidsvoerders en middenveldsorganisaties en burgers.
(Uitpers, nr 86, 8ste jg. , mei 2007)
Tom Willems is Adviseur Milieu, Energie en DO, studiedienst ACV
donderdag 3 mei 2007
Deze recensie verscheen in het christelijk opinieblad Tertio van 18 april 2007.
In de Kamer werd maandag Het Klimaatboek van Els Keytsman en Peter Tom Jones (Groen!) voorgesteld. Het boek bevat geen ecologische oppositiepraat, maar concrete voorstellen om de noodzakelijke ecologische omslag mogelijk te maken.
In zijn jongste roman Le parfum d ‘Adam voert de Franse successchrijver Jean-Christophe Rufin enkele radicale ecologisten op die het evenwicht van de planeet willen herstellen door in te grijpen op de demografie. Omdat de mense verantwoordelijk is voor onder meer de opwarming van de aarde en het vernietigen van biosystemen, moet hij worden aangepakt. Volgens hen kan de aarde geen zes miljard mensen aan, hoogstens een half miljoen. In het decimeren van de miljardenbevolking van de arme sloppenwijken zijn zij de oplossing voor het ecologische vraagstuk. Naar verluidt bestaan er inderdaad ecologisten die uit een excessieve liefde voor de natuur de mens gaan haten.
In Het klimaatboek dat maandag in de Kamer werd voorgesteld, gaan de auteurs Els Keytsman en Peter Tom Jones, beiden kandidaten voor Groen!, gelukkig niet die weg op. Ze pleiten voor een radicale ecologische omslag, die in de eerste plaats de rijke landen responsabiliseert en die een duidelijke ethische en sociale inslag heeft.
Het interessante van dit leesbare boekje is dat het niet alleen resumeert van welke hypotheses klimaatwetenschappers vandaag uitgaan, maar dat het ook concrete sporen voorstelt om de noodzakelijke ecologische omslag mogelijk te maken. Het gaat immers niet op ons alleen maar aan te passen aan het veranderende klimaat, er moeten ook dringend maatregelen worden genomen om de omvang daarvan zo veel mogelijk te beperken. “Als 2006 het jaar was waarin de wereld eindelijk accepteerde dat klimaatopwarming een ernstig probleem is, dan moet 2007 het jaar worden waarin de overheden politieke actie ondernemen”.
De auteurs gaan ervan uit dat het mogelijk is de CO2-uitstoot in ons land tegen 2050 met negentig procent terug te dringen. Daarvoor doen ze radicale voorstellen voor de verschillende sectoren die verantwoordelijk zijn voor de uitstoot.
Voor de woningbouw peliten zij voor zogenaamde “passiefhuizen”. Die goed geïsoleerde woningen hoeven niet meer te worden verwarmd, waardoor de druk op het milieu met negentig project kan worden verminderd. In land als Duitsland en Denemarken zijn er al duizenden passiefhuizen in gebruik, in Vlaanderen nog geen tien.
Keytsman en Jones willen dat subsidiëren door de registratierechten te laten wegvallen bij de aankoop van een woning naarmate de woning energie-efficiënter wordt gemaakt.
Nog een ander opvallend voorstel is de invoering van een individuele koolstofkredietkaart. Jaarlijks zou iedere aardbewoner immers maximum 1,7 ton CO2 uitstoten. Een Belg zit gemiddeld aan 14,3 ton per jaar. Ook voor het gebruik van vliegtuigen stellen de auteurs op termijn de invoering van individuele ‘vliegquota’ voor. Wie voor meer uitstoot zorgt, moet die rechten afkopen van individuen die minder of niet vliegen.
De auteurs denken hun plannen te kunnen realiseren met 3 miljard euro jaarlijks. Ze vragen ook een allesomvattende klimaatwet en een vice-premier bevoegd voor klimaat, energie en leefmilieu. Omdat dit boekje een ambitieus klimaatplan voor de volgende decennia durft uit te stippelen, zou het unfair zijn het zomaar af te doen als ecologische oppositiepraat. (JDV)
Els Keytsman & Peter Tom Jones, Het klimaatboek. Pleidooi voor een ecologische omslag, Epo, Berchem, 184 blz., € 15. Bestellen kan via www.tertio.be
donderdag 3 mei 2007
Dit opiniestuk van Peter Tom Jones verscheen in het e-zine Uitpers.
Met Al Gore’s succesfilm An Inconvenient Truth is het klimaat prominent op de politieke agenda geplaatst. Eindelijk! Met de verkiezingen in aantocht wordt iedereen verplicht om ten minste lippendienst te bewijzen aan het thema. Soms is er zelfs sprake van een heus klimaatopbod. Laten we evenwel hopen dat de ‘klimaathype’ 10 juni zal overleven. Met het klimaatvraagstuk valt immers niet te lachen. Een kordate aanpak dringt zich op: het is een kwestie van overleven.
Klimaatwetenschappers luiden al ettelijke jaren de alarmbel. Met de bekendmaking van Deel II van het Vierde VN-Evaluatierapport (AR4) werd bevestigd dat de globale opwarming een gewichtig probleem vormt voor mens en milieu. Uit Deel I was al gebleken dat de (gevaarlijke) grens van 2°C opwarming ten opzichte van de pre-industriële temperatuur “bijna zeker” nog deze eeuw overschreden zal worden (1). Het tweede deel van het rapport beschrijft de impact van de klimaatwijzigingen op mens en milieu. In afwezigheid van krachtdadige actie betreft het een somber toekomstbeeld. Wij staan voor een historisch kruispunt. Nochtans blijft de politiek-maatschappelijke traagheid én onwil immens.
In dit stuk werp ik een blik op de rol van klimaatsceptici in deze impasse. Het is bekend dat klimaatsceptici gedurende de laatste decennia een bitsige loopgravenoorlog hebben gevoerd, een gevecht waarbij zij gaandeweg terrein hebben moeten prijsgeven. Eerst opperde men dat het helemaal niet opwarmt. Toen dat onmiskenbaar weerlegd kon worden, spitste men de aandacht toe op de oorzaken van de opwarming. Vervolgens, toen duidelijk werd dat de (industriële) mens de hoofdverantwoordelijke is, begon men vooral te discussiëren over de economische kant van de kwestie. Heeft het wel zin om actie te ondernemen?
Van ‘klimaatnegationisten’ tot ‘economische klimaatsceptici’
De nieuwe rapporten van het VN-klimaatpanel verzetten de bakens in dit debat. Het eerste deel van het AR4-rapport beslechtte de discussie omtrent de verantwoordelijkheidsvraag. De eerste generatie klimaatsceptici, die nog steeds aanvoeren dat de huidige opwarming vooral natuurlijke oorzaken zou hebben, heeft anno 2007 geen wetenschappelijke poot meer om op te staan. Wat men ook moge beweren in bepaalde populaire magazines, dit debat is voorbij, althans in de wetenschappelijke vakliteratuur. Getuige daarvan de stormvloed aan artikels in referentiebladen als Science en Nature. Het is dan ook bijzonder jammer om, als sociaal-geëngageerd wetenschapper, te moeten vaststellen hoe hardnekkig dit type van denken blijkt te zijn. Dit gaat zelfs zo ver dat niet alleen extreem-rechtse partijen maar ook een Kabinetchef van de liberale familie het – weliswaar niet helemaal overtuigd – opneemt voor deze argumentatie (2). Het is een beetje zoals bij het debat tussen klassieke biologen en creationisten over Darwin’s evolutietheorie. Gaan we in de toekomst voor elk debat waar een bioloog aan deelneemt ook per definitie een creationist uitnodigen?
De tweede generatie klimaatsceptici staat een stap verder. Zij beseffen terdege dat de aarde opwarmt en dat de mens grotendeels verantwoordelijk is. Hun belangrijkste argument is dat het nemen van drastische klimaatmaatregelen economisch gezien weinig zinvol is. De positieve gevolgen van een krachtig reductiebeleid (mitigatie) worden immers pas zichtbaar in een verre toekomst. Monetair verdisconteerd naar een geldwaarde vandaag, zou het sop de kool niet waard zijn. Hun conclusie luidt dat het veel zinniger is om de gevolgen af te wachten en vooral geld te spenderen aan aanpassingsmaatregelen (adaptatie). Indien men echter gebruik zou maken van lagere discontovoeten, dan komt men tot totaal andere conclusies. Bijvoorbeeld: Nicholas Stern gebruikte in zijn (inmiddels bekende) studie een zeer lage discontovoet (0,1%). Op die manier kwam hij tot de conclusie dat ‘niets doen’ een economische recessie zou teweegbrengen: namelijk een jaarlijks verlies van 5-20% van het Bruto Mondiaal Product.
Dit toont meteen aan hoe gevoelig economische berekeningen zijn voor de precieze aannames die men maakt. Bovendien wordt in dit type van analyses geen rekening gehouden met de volgende ethische beschouwing: de landen die gedurende de laatste 200 jaar voor de grootste uitstoot hebben gezorgd zijn niet de landen waar vandaag en morgen de slachtoffers vallen (bv. Aziatische megadelta’s, zwart Afrika). Dat is één van de kernboodschappen van Deel II van het jongste IPCC rapport.
Klimaatsceptici van de tweede generatie gaan volledig voorbij aan dit onrecht. Die kwetsbare regio’s beschikken niet over de middelen om zich aan te passen aan de toekomstige droogte (Afrika) of de stijging van de zeespiegel (megadelta’s). Een succesvol aanpassingsbeleid – hetgeen ook noodzakelijk is om de Millenniumdoelstellingen te halen – vereist financiële hulp van de rijke landen.
Aanpassing en mitigatie
Aanpassing is ook nodig in de rijke landen. Als gevolg van de traagheid in het klimaatsysteem zullen we immers sowieso te maken krijgen met een opwarming die grote effecten zal teweegbrengen. De komende tien tot veertig jaar zal het daarom van vitaal belang zijn aanpassingen door te voeren, want het zal decennia duren vooraleer de maatregelen voor broeikasgasreducties vruchten afwerpen. Nochtans is adaptatie schromelijk onvoldoende. Adaptatie zonder mitigatie (vermijden dat de opwarming te snel en te sterk verloopt) is contraproductief, de tweede kernboodschap van Deel II van AR4. De milieuschade en economische kosten zullen dermate hoog oplopen dat drastische maatregelen om de uitstoot van broeikasgassen vanaf nu te verminderen zich wel degelijk aandienen. Zonder daling van de uitstoot gaan we immers naar temperatuurstijgingen boven de 3°C. In dat geval zullen meer dan 3,5 miljard mensen, hoofdzakelijk in het Zuiden, geconfronteerd worden met extreme waterschaarste. We begeven ons dan op gevaarlijke Terra Incognita. De geopolitieke gevolgen zijn dan niet te overzien. Dit is een scenario dat absoluut moet worden vermeden.
Waar we vandaag behoefte aan hebben, is zowel mitigatie als adaptatie. En/en in plaats van of/of. Zoals het Belgische IPCC-lid Jean-Pascal Van Ypersele heeft aangegeven, moeten we komen tot reductiedoelstellingen die het mogelijk maken de CO2-concentratie te stabiliseren op 400 ppm (terwijl we nu aan ~380 ppm zitten). Een tijdelijke overschrijding van die limiet mag worden getolereerd, maar dan moet die concentratie snel naar beneden. Op mondiaal vlak moet daarom dringend werk worden gemaakt van een verregaand post-Kyotoakkoord, waarin men voor de periode na 2012 op een ‘rechtvaardige’ wijze alle landen ter wereld betrekt. Rijke landen zullen het voortouw moeten nemen. Pas als wij onze uitstoot drastisch doen dalen (30% tegen 2020, 80 à 90% tegen 2050), kunnen we van landen als China, Brazilië en India verwachten dat zij overschakelen naar een lagekoolstofeconomie. Hoe sneller deze duurzaamheidtransitie wordt ingezet, hoe groter de kans dat het doemscenario wordt vermeden. Op Europees, federaal en Vlaams niveau kunnen én moeten wij mee het initiatief nemen.
Een aanzienlijk deel van de vereiste reductie kan worden gerealiseerd via een technologische revolutie. Het vergt een nieuwe visie op duurzaam produceren met massale investeringen in hernieuwbare energie en schone technologieën. Toch is er meer nodig. In een ecologische economie is er ook behoefte aan een nieuwe (sufficiëntie)visie op consumptie: anders, beter en soms ook minder consumeren. Door een combinatie van sociale, juridische en economische instrumenten is het perfect mogelijk de vereiste daling van de broeikasgasuitstoot te realiseren, zonder verlies aan levenskwaliteit.(3) Het gaat over oplossingen die ervoor zorgen dat we onze olieafhankelijkheid verminderen en iedereen het recht garanderen op een schoon leefmilieu. Oplossingen die bovendien nieuwe werkgelegenheid creëren en de onrechtvaardigheid tegengaan. Dit is een positief én een sociaal verhaal.
De Trojanen achterna?
De speeltijd is dus voorbij: de tijd is gekomen om een moedig en vooruitziend beleid te voeren, vooraleer het definitief te laat is. En daarmee kom ik tot de titel van dit artikel, die ons terugvoert naar de Griekse mythologie. Toen de waarzegster Cassandra de Trojanen waarschuwde voor de nakende inval van de Grieken, gaven zij, hoogmoedig als ze waren, geen gevolg aan dit schijnbare onheilsbericht. De gevolgen zijn bekend. De parallel met de huidige situatie is treffend. Gaan wij, anno 2007, nu eindelijk de niet mis te verstane waarschuwingen van de klimaatwetenschappers omzetten in daden? Of gaan we dezelfde weg op als de Trojanen? Alleen een ezel stoot zich twee keer aan dezelfde steen.
(Uitpers, nr 86, 8ste jg., mei 2007)
Peter Tom Jones (1973) is Burgerlijk Ingenieur Milieukunde, Doctor in de Materiaalkunde en werkzaam als post-doctoraal onderzoeker aan de KULeuven. Hij is co-auteur van Terra Incognita (GINKGO peer review reeks, Academia Press, Gent, 2006) en Het klimaatboek: Pleidooi voor een ecologische omslag (samen met Els Keytsman, EPO, 2007). Zie ook xww.petertomjones.be.
Noten:
(1) Zie ook Jones, P.T., ‘Hoe is het gesteld met onze planeet? Het nieuwe VN-klimaatrapport’, Uitpers, maart 2007.
(2) Klimaatdebat in Gent, 29/3.
(3) Keytsman, E., Jones, P.T., Het Klimaatboek: pleidooi voor een ecologische omslag, EPO, Berchem, 2007.