Onderstaand opiniestuk verscheen in De Tijd van 23 oktober 2007.

Kiezen voor systematisch onderwaarderen van toekomst is immoreel

De Deense professor in de statistiek Bjorn Lomborg stelt dat zich aanpassen aan de klimaatveranderingen de enige oplossing is. Een stevig klimaatbeleid om verdere klimaatopwarming te voorkomen, is te duur en dus niet zinvol. Daarmee heeft Lomborg (geruisloos) een immense bocht genomen. In 2001 stelde hij in ‘The Skeptical Environmentalist’ nog dat het klimaat zeker niet met meer dan 2°C zou opwarmen. Nu het ondertussen zo goed als zeker is dat die grens voor gevaarlijke klimaatwijzigingen zal worden overschreden (zelfs in het meest optimistische scenario), is ook zijn betoog volledig verschoven naar het economische niveau. Lomborg zwaait met kosten-batenanalyses die zouden aantonen dat een klimaatbeleid economische nonsens is.

Zijn redenering is als volgt. Stel dat men vandaag doortastende en dus dure klimaatmaatregelen neemt, dan worden de gewenste gevolgen pas zichtbaar in een verre toekomst, door de traagheid in het klimaatsysteem. Om te beslissen of het zinvol is te investeren in een klimaatbeleid, moet men de kosten en de baten met elkaar vergelijken. Het toekomstige klimaatvoordeel wordt daarbij in geld uitgedrukt en teruggerekend naar een bedrag vandaag, de zogeheten ‘contante waarde’. Dat noemt men verdisconteren. Als het verdisconteerde klimaatvoordeel kleiner uitvalt dan de economische kostprijs van het beleid, dan zullen economen ervoor pleiten nu niets te ondernemen. Men kan dan beter geld uitgeven aan aanpassingsmaatregelen.

Subjectief

Cruciaal in deze investeringsafweging is evenwel de zeer subjectieve keuze van de discontovoet. Hoe hoger deze discontovoet, hoe minder een klimaatvoordeel in de toekomst vandaag monetair zal meetellen. Lomborg en andere klimaatsceptici opteren doelbewust voor hoge discontovoeten, en kiezen voor het systematisch onderwaarderen van de toekomst. Dat is immoreel.

Als men daarentegen gebruikmaakt van lagere discontovoeten, komt men tot heel andere conclusies. De voormalige Wereldbankeconoom Nicholas Stern maakte in opdracht van de Britse regering eveneens een grootschalige kosten-batenanalyse, evenwel met een relatief lage discontovoet. Zo kwam hij tot de conclusie dat men minstens 1 procent van het bruto mondiaal product zou moeten spenderen aan klimaatmaatregelen. Economisch gezien is dat zinvol, oordeelt Stern, omdat de kostprijs van zo’n beleid lager is dan de toekomstige schade in afwezigheid van een klimaatbeleid. Die schatte Stern op een jaarlijks bedrag van 5 tot 20 procent van het bruto mondiaal product.

Onomkeerbaar

In het vakblad Nature is bovendien aangetoond dat Lomborgs redenering niet is opgewassen tegen de complexiteit van het klimaatvraagstuk. Kwantitatieve kosten-batenanalyses zijn gebaseerd op een lineair en dus foutief beeld van het ecosysteem aarde. Want dat systeem wordt aangedreven door op elkaar inspelende, niet-lineaire processen met totaal verschillende snelheden. Wanneer de grens van 2°C wordt overschreden, komen we meer en meer terecht in onbekend gebied. Naarmate de temperatuur verder toeneemt – wat zal gebeuren zonder ernstig CO2-reductiebeleid – vergroot de kans dat kritische drempelwaarden worden overschreden. De gevolgen zijn dan niet precies bekend, maar ze zijn alleszins onomkeerbaar. Economische berekeningen worden dan puur speculatief.

Lomborg houdt evenmin rekening met het feit dat de landen die de laatste 200 jaar voor de grootste uitstoot hebben gezorgd (de VS, de EU en Japan) niet de landen zijn waar de klimaatgevolgen het meest ontwrichtend zijn. Integendeel, de zwaarste klappen vallen net in die landen die amper verantwoordelijk zijn voor het probleem: de laaggelegen eilanden, zwart Afrika en de megadelta’s. De opwarming zal volgens het VN-klimaatpanel de al bestaande problemen niet inperken, zoals Lomborg foutief stelt, maar juist verergeren: er komen meer voedseltekorten, waterschaarste, infectieziekten enzovoort.

Sommige projecties geven aan dat bij een gemiddelde temperatuurtoename van meer dan 2,5°C er tegen 2080 minstens 3 miljard mensen zouden leven in zones met extreme waterschaarste. Vanuit moreel standpunt alleen al moet het Westen zijn verantwoordelijkheid opnemen en zorgen voor een krachtig én rechtvaardig post-Kyotoakkoord (vanaf 2012), waar zowel aanpassing als de daling van de uitstoot centraal staat. Die combinatie is essentieel. Zonder een verregaand mondiaal CO2-reductiebeleid is aanpassen dweilen met de kraan open.

Dat niet alles kommer en kwel is bij een streng klimaatbeleid werd duidelijk aangetoond door een recente studie van het Europees Vakverbond. Het berekende dat er bij een daling van de uitstoot in de EU-25 met 40 procent tegen 2030 netto 1,5 procent extra jobs zouden worden gecreëerd. En dan zwijgen we nog over de positieve neveneffecten voor energieautonomie, luchtkwaliteit en lagere energiefacturen.

Peter Tom Jones is postdoctoraal onderzoeker aan de KULeuven en was onfhankelijk kandidaat op de senaatslijst voor Groen! Els Keytsman is econome en gemeenteraadslid voor Groen! Beiden schreven ‘Het klimaatboek. Pleidooi voor een ecologische omslag’ (EPO, 2007).