Els Keytsman en Peter Tom Jones, Het klimaatboek. Pleidooi voor een ecologische omslag, Berchem, EPO, 2007, 182p.
Peter Tom Jones en Roger Jacobs, Terra Incognita. Globalisering, ecologie en rechtvaardige duurzaamheid, 2de druk, Gent, Academia Press, 2007, XXXLIII+647p.
Om onze kinderen en kleinkinderen een klimaatcrash te besparen is er gewoonweg een revolutie nodig, zo stelt klimaatwetenschapper Jean-Pascal van Ypersele in het woord vooraf van Het klimaatboek van Keytsman en Jones. “Het zal ongetwijfeld moeilijk zijn om de aard van de groei ninet ter discussie te stellen. De industrie die produceert om te produceren, de consument die consumeert om te consumeren, de alsmaar zwaardere en snellere voertuigen, vliegtuigreizen voor elke gril, energieverslindende airconditioning, een ruimtelijke ordening die auto en vrachtwagen onontbeerlijk maakt, subsidies voor fossiele brandstoffen, dit alles kan niet buiten schot blijven.” (p. 9)
Wat Keytsman en Jones dan proberen te laten zien is dat een dergelijke revolutie geen onrealistisch perspectief is, maar een reële mogelijkheid. Allereerst is het een noodzakelijkheid, zoals blijkt uit ‘Klimaat op hol?’, het eerste deel waarin een overzicht wordt gegeven van wat vandaag wetenschappelijk bekend is omtrent het klimaatvraagstuk. Daarbij komen de gevolgen zowel op korte als op langer termijn aan bod.
In het uitgebreide tweede deel, ‘Realistische eoclogische oplossingen’ pleiten ze voor ‘ecologische economie’ als nieuw denkkader om oplossingen te formuleren. Vervolgens argumenteren ze dat de klimaatcrisis in de eerste plaats een sociaal probleem is, en dat ecologische politiek altijd een politiek van herverdeling is. De klimaatcrisis is ook een ‘economische ramp’, en de kern daarvan is een structurele energiecrisis. De uitdaging voor de volgende jaren bestaat er dan ook in “een energie- en koolstofarme samenleving te organiseren met behoud van werk, welzijn en levenskwaliteit” (p. 48) Daarbij moet geconstateerd worden dat onze regeringen op dit ogenblik falen om beslist die richting in te slaan. Daarin wordt tevens duidelijk dat het tot stand brengen van een energietransitie ook een maatschappelijke machtsstrijd is. Het oude energiesysteem speelt in het voordeel van grote bedrijven en monopolies, terwijl een nieuw systeem gekenmerkt wordt door een diversiteit aan kleinschalig en decentraal in te zetten systemen. “Precies het feit dat hernieuwbare energiedragers een enorm potentieel aan autonomie en zelfbeschikking in zich dragen, maakt ze tot een wezenlijke bedreiging voor alle grootschalige energiebedrijven en de politieke elites die hun macht daarop gebouwd hebben.” (p. 56)
Vervolgens wordt dan een voorstel tot klimaatplan weergegeven. In de daarop volgende paragrafen worden dan volgende domeinen uitvoerig behandeld: ecodesign en ecoconsumptie, wonen, werken en ondernemen, mobiliteit, energievernieuwing, oplossen van energiearmoede. Hier wordt overduidelijk dat een consistent beleid om een grote diversiteit aan maatregelen vraagt, en dat die ook mogelijk zijn. De technische mogelijkheden om de energietransitie te maken zijn in principe voorhanden. Goed beleid (economisch, fiscaal, sociaal, etc.) moet er voor zorgen dat ze maatschappelijk ook de kans krijgen om zich te ontwikkelen en te verspreiden. Bij alle mogelijke maatregelen laten de auteurs ook zien welke wenselijk zijn vanuit een oogpunt van sociale rechtvaardigheid.
De sterkte van dit boek is m.i. vooral dat een veelheid aan technologische mogelijkheden -die je meestal verspreid tegenkomt- vanuit een samenhangend kader op een rij gezet worden. Alles tezamen levert dat een beeld op van een enorme, maar wel realistische opgave. Toch blijk ik op een belangrijk punt op mijn honger zitten. De auteurs wijzen er op dat de klimaatrevolutie niet alleen om efficiëntie draait, maar dat sufficiëntie beslissend is om te slagen. Bijvoorbeeld bij het mobiliteitsthema stellen ze dat dit een zeer lastig probleem vormt. “Eens in de wagen geraak je er haast niet meer uit.” (p. 87) Het gaat hier in eerste instantie om een cultureel vraagstuk. Maar dat wil nog niet zeggen dat hier voor politiek en beleid geen opdracht ligt. Het nadenken over een doelgroepenbeleid gericht op sufficiëntie -en zeker ook begeleid door een media- en reclamebeleid!- is dan hopelijk onderwerp van een volgend boek.
Tenslotte wil ik nog melden dat het vorig jaar verschenen Terra Incognita van Jones en Jacobs (bespreking in Oikos 38) in een nieuwe druk is verschenen. Die werd uitgebreid met een 16 pagina’s lange nieuwe inleiding die ingaat op de receptie van het boek, maar vooral op de huidige wetenschappelijke stand van zaken in milieu- en klimaatvraagstuk. Je krijgt er een overzicht van de voornaamste gegevens uit twee belangrijke recente rapporten: het Living Planet Report 2006 van het WWF en het VN-klimaatrapport, IPCC AR4 deel I. Voor wie een breed en samenhangend inzicht wil in de ecologische crisis en de uitwegen daaruit, en daarenboven een lange adem heeft, blijft dit boek aanbevolen lectuur.
Jef Peeters, Oikos 2/2007.
Oikos. Forum voor sociaal-ecologische verandering. Website: Oikos