recensie


(Uit ZOZ nr. 80 – www.omslag.nl/zoz.htm )

Els Keytsman en Peter Tom Jones schreven een vurig pleidooi om ernst te maken met de oplossing van het klimaatprobleem. Hun boek is vooral voor België bedoeld, maar is zeker ook voor Nederland toepasbaar. Ze houden een grondige uiteenzetting over de ernst van het probleem. Weliswaar zijn er in wetenschappelijke kring vrijwel geen ‘klimaatsceptici’ meer te vinden die denken dat het allemaal wel zal loslopen, maar in de populaire pers zijn ze nog volop vertegenwoordigd. Met nadruk wijzen de auteurs ook op de sociale kant: de rijken in de wereld veroorzaken de klimaatproblemen, de armen worden er het meest door getroffen.

Het tweede deel van het Klimaatboek bevat een pleidooi voor een ecologische omslag. De ‘passiefhuizen’, met een energierekening van 300 euro per jaar, kunnen een enorme bijdrage leveren. Daarnaast gaat heel veel energie zitten in transport en in de productie van wegwerpspullen. De auteurs wijzen erop dat van alle artikelen die in Amerika worden geproduceerd slechts één procent langer dan zes maanden meegaat. De rest gaat op de afvalberg. Ook de herinvoering van de aan-uitschakelaar kan veel energie besparen. Het klokje in de magnetron verbruikt meer stroom dan het opwarmen van het voedsel kost, omdat het altijd aan blijft.
In het voorwoord wijst prof. Jean Pascal van Ypersele erop dat ook de aard van het toenemende energieverbruik ter discussie gesteld zal moeten worden, zoals ‘de industrie die produceert om te produceren en de consument die consumeert om te consumeren’. (DV)

Els Keytsman en Peter Tom Jones: Het klimaatboek – Pleidooi voor een ecologische omslag. EPO, Berchem-Antwerpen 2007. 184 pag. ISBN 978-90-6445-452-3. Prijs: E 15,-.

Els Keytsman en Peter Tom Jones, Het klimaatboek. Pleidooi voor een ecologische omslag, Berchem, EPO, 2007, 182p.
Peter Tom Jones en Roger Jacobs, Terra Incognita. Globalisering, ecologie en rechtvaardige duurzaamheid, 2de druk, Gent, Academia Press, 2007, XXXLIII+647p.

Om onze kinderen en kleinkinderen een klimaatcrash te besparen is er gewoonweg een revolutie nodig, zo stelt klimaatwetenschapper Jean-Pascal van Ypersele in het woord vooraf van Het klimaatboek van Keytsman en Jones. “Het zal ongetwijfeld moeilijk zijn om de aard van de groei ninet ter discussie te stellen. De industrie die produceert om te produceren, de consument die consumeert om te consumeren, de alsmaar zwaardere en snellere voertuigen, vliegtuigreizen voor elke gril, energieverslindende airconditioning, een ruimtelijke ordening die auto en vrachtwagen onontbeerlijk maakt, subsidies voor fossiele brandstoffen, dit alles kan niet buiten schot blijven.” (p. 9)

Wat Keytsman en Jones dan proberen te laten zien is dat een dergelijke revolutie geen onrealistisch perspectief is, maar een reële mogelijkheid. Allereerst is het een noodzakelijkheid, zoals blijkt uit ‘Klimaat op hol?’, het eerste deel waarin een overzicht wordt gegeven van wat vandaag wetenschappelijk bekend is omtrent het klimaatvraagstuk. Daarbij komen de gevolgen zowel op korte als op langer termijn aan bod.
In het uitgebreide tweede deel, ‘Realistische eoclogische oplossingen’ pleiten ze voor ‘ecologische economie’ als nieuw denkkader om oplossingen te formuleren. Vervolgens argumenteren ze dat de klimaatcrisis in de eerste plaats een sociaal probleem is, en dat ecologische politiek altijd een politiek van herverdeling is. De klimaatcrisis is ook een ‘economische ramp’, en de kern daarvan is een structurele energiecrisis. De uitdaging voor de volgende jaren bestaat er dan ook in “een energie- en koolstofarme samenleving te organiseren met behoud van werk, welzijn en levenskwaliteit” (p. 48) Daarbij moet geconstateerd worden dat onze regeringen op dit ogenblik falen om beslist die richting in te slaan. Daarin wordt tevens duidelijk dat het tot stand brengen van een energietransitie ook een maatschappelijke machtsstrijd is. Het oude energiesysteem speelt in het voordeel van grote bedrijven en monopolies, terwijl een nieuw systeem gekenmerkt wordt door een diversiteit aan kleinschalig en decentraal in te zetten systemen. “Precies het feit dat hernieuwbare energiedragers een enorm potentieel aan autonomie en zelfbeschikking in zich dragen, maakt ze tot een wezenlijke bedreiging voor alle grootschalige energiebedrijven en de politieke elites die hun macht daarop gebouwd hebben.” (p. 56)
Vervolgens wordt dan een voorstel tot klimaatplan weergegeven. In de daarop volgende paragrafen worden dan volgende domeinen uitvoerig behandeld: ecodesign en ecoconsumptie, wonen, werken en ondernemen, mobiliteit, energievernieuwing, oplossen van energiearmoede. Hier wordt overduidelijk dat een consistent beleid om een grote diversiteit aan maatregelen vraagt, en dat die ook mogelijk zijn. De technische mogelijkheden om de energietransitie te maken zijn in principe voorhanden. Goed beleid (economisch, fiscaal, sociaal, etc.) moet er voor zorgen dat ze maatschappelijk ook de kans krijgen om zich te ontwikkelen en te verspreiden. Bij alle mogelijke maatregelen laten de auteurs ook zien welke wenselijk zijn vanuit een oogpunt van sociale rechtvaardigheid.

De sterkte van dit boek is m.i. vooral dat een veelheid aan technologische mogelijkheden -die je meestal verspreid tegenkomt- vanuit een samenhangend kader op een rij gezet worden. Alles tezamen levert dat een beeld op van een enorme, maar wel realistische opgave. Toch blijk ik op een belangrijk punt op mijn honger zitten. De auteurs wijzen er op dat de klimaatrevolutie niet alleen om efficiëntie draait, maar dat sufficiëntie beslissend is om te slagen. Bijvoorbeeld bij het mobiliteitsthema stellen ze dat dit een zeer lastig probleem vormt. “Eens in de wagen geraak je er haast niet meer uit.” (p. 87) Het gaat hier in eerste instantie om een cultureel vraagstuk. Maar dat wil nog niet zeggen dat hier voor politiek en beleid geen opdracht ligt. Het nadenken over een doelgroepenbeleid gericht op sufficiëntie -en zeker ook begeleid door een media- en reclamebeleid!- is dan hopelijk onderwerp van een volgend boek.

Tenslotte wil ik nog melden dat het vorig jaar verschenen Terra Incognita van Jones en Jacobs (bespreking in Oikos 38) in een nieuwe druk is verschenen. Die werd uitgebreid met een 16 pagina’s lange nieuwe inleiding die ingaat op de receptie van het boek, maar vooral op de huidige wetenschappelijke stand van zaken in milieu- en klimaatvraagstuk. Je krijgt er een overzicht van de voornaamste gegevens uit twee belangrijke recente rapporten: het Living Planet Report 2006 van het WWF en het VN-klimaatrapport, IPCC AR4 deel I. Voor wie een breed en samenhangend inzicht wil in de ecologische crisis en de uitwegen daaruit, en daarenboven een lange adem heeft, blijft dit boek aanbevolen lectuur.

Jef Peeters, Oikos 2/2007.
Oikos. Forum voor sociaal-ecologische verandering. Website: Oikos

Groen! gaat de klimaatopwarming frontaal te lijf

De aarde warmt op en de mensis grotendeels verantwoordelijk. Daarover zijn de wetenschappers het eens, alle kreten over klimaatpaus Al Gore ten spijt. Het verbruik van energie en materialen in onze economie moet daarom dringend naar beneden. De co2-uitstoot in de rijke landen moet immers tegen 2050 met 80 % verminderen. De gemiddelde mondiale temperatuursstijging mag tegen 2100 de 2°C niet overschrijden (tegenover de pre-industriële waarde) of we komen op gevaarlijk, onbekend terrein. Nochtans wordt dit scenario jaar na jaar waarschijnlijker. De wetenschappers gaan er nu al van uit dat de opwarming niet tot die 2°C grens beperkt zal kunnen worden. Nieuwe doelstelling is dan ook die grens zo weinig mogelijk te overschrijden. Zoniet dreigt het point of no return bereikt te worden waarna de opwarming zichzelf zal versterken. Vooral in het zuiden (Afrika en Azië) zullen de catastrofes zich zodanig opstapelen dat ook wij er mee te maken krijgen in de vorm van stormen, overstromingen, nieuwe ziekten en aanzwellende vluchtelingenstromen. Om deze hallucinante toekomstbeelden het hoofd te bieden schreven Peter Tom Jones en Els Keytsman ‘Het klimaatboek’ bijeen. Beiden kwamen voor op Groen!-lijsten bij de jongste verkiezingen.

Het boek is geschreven met het oog op de verkiezingen en somt tientallen maatregelen op die een radicale ecologische ommekeer mogelijk maken. Niet direct voor het brede publiek, maar de eigen achterban kan er wel in lezen dat de groenen zich niet aan de kant laten duwen. Om een klimaatcrash te vermijden is een regelrechte revolutie nodig. En we hebben nog maximum 15 jaar om drastisch in te grijpen. Om de ergste gevolgen te weren moeten we de manier waarop we consumeren en produceren omgooien. Anders en beter met minder. Jones en Keytsman leggen niet alleen uit hoe dat moet gebeuren, ze leggen ook een sociale klemtoon. Een goed klimaatbeleid helpt de kloof tussen arm en rijk verkleinen.

We zetten enkele maatregelen op een rij. Op het vlak van bouwen en wonen wordt voor nieuwbouw het passiefhuis als norm vooropgesteld tegen 2020, voor verbouwingen het 1-literhuis (huizen die 1 liter stookolie verbruiken per m² per jaar). Registratierechten bij verkoop worden vervangen door investeringen in isolatie en energiebesparing. Gratis energieaudits leggen een basis om energiearmoede weg te werken. Dat mobiliteit een groot probleem blijft zal niemand ontkennen. Terloops wordt in het boek nog eens het aantal verkeersslachtoffers vermeld (1.200 per jaar in België, 40.000 in Europa). De vergelijking met Irak zal wel misplaatst zijn maar daar hebben de doden weinig aan. Een slimme kilometerheffing zou het gebruik en niet langer het bezit van een auto belasten. Om het aantal vliegreizen te beperken wordt op termijn gedacht aan individuele vliegquota (iedereen beschikt over een beperkt aantal vliegtuigkilometers per jaar). Dit idee is door te trekken naar de co2-uitstoot. Elk individu zou recht hebben op een beperkt uitstootrecht dat via een koolstofkredietkaart geregistreerd wordt.

De kost van alle maatregelen die worden voorgesteld bedraagt 3 miljard euro of 1 % van het bnp, een peulschil in vergelijking met de berekening die Brits econoom Nicholas Stern maakte. Daarin wordt de kost van de opwarming berekend indien we verder doen zoals we bezig zijn. Die prijs zou rond de 20 % van het bnp schommelen. Van een doemscenario gesproken.

De koevoet 139 – zomer 2007.

Dit boek komt net op tijd. Een zin die recensenten wel vaker gebruiken, vooral als ze een boek willen aanprijzen. Nu komt dit klimaatboek toch zeker niet dubbel op tijd! Aan de ene kant was er nood aan een Vlaams boek dat zich toespitst op klimaatproblemen en is geschreven op maat van een breder publiek. Nu mensen erkennen dat er op klimaatvlak iets gaande is, willen ze het ook begrijpen en, vooral, weten wat ze eraan kunnen doen. Aan de andere kant zijn beide (jonge) auteurs kandidaat bij de federale verkiezingen en wurmen ze zich (net op tijd) met deze publicatie in de publieke aandacht.

“Als we onze kinderen en kleinkinderen een klimaatcrash willen besparen, is er gewoonweg een revolutie nodig. … Er rest ons geen andere keuze dan dringend het fundament van onze consumptie- en productiewijze ter discussie te stellen.” Citaat van een jong rebel? Neen. De uitspraak komt van Prof. Jean-Pascal van Ypersele uit het voorwoord bij dit boek. Van Ypersele is professor in de klimatologie, vice-voorzitter van de tweede werkgroep van het IPCC èn voorzitter van de werkgroep ‘energie en klimaat’ van de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling.

Oplossingen dus. Na een krachtige introductie waarin duidelijk het probleem wordt geschetst, zeg maar een ‘snelcursus klimaat’ wordt zo ongeveer de hele rest van het boek (tweederde) besteed aan ecologische oplossingen. Het boek eindigt met een sterk pleidooi voor een ecologische omslag waarin Keytsman en Jones de engagementen opsommen voor ons land: een klimaatwet met concrete doelstellingen, een sociaal klimaatfonds voor lagere energiefacturen, een vice-premier voor klimaat, milieu en energie, energievernieuwing en een democratisch energieaanbod, een energiezuinig woonbeleid, aanpak van de mobiliteitsknoop, stimulering van het klimaatneutraal ondernemen en ecologische innovatie, bosbescherming, rechtvaardige en ecologische fiscaliteit. Tenslotte pleiten Jones en Keytsman voor een ecologisch klimaatpact. “Iedereen moet samenwerken”, zeggen ze, “overheden, sociale partners, bewegingen en de mensen”. Een serieus pact dat ons door de 21ste eeuw moet helpen, zoals het Sociaal Pact ons na de oorlog door de tweede helft van de vorige eeuw loodste.

Bovenal willen Keytsman en Jones in dit boek aantonen dat een ecologische revolutie mogelijk is. Géén terugkeer naar de duistere middeleeuwen, maar de aarde weer gezond maken. Doen we dat niet, dan kiezen we wèl voor de barbarij. De uit zijn voegen barstende economie crasht immers niet op de ecologische grenzen als een auto op een muur. Nee, deze grenzen zijn rekbaar en als vloeistof: ze kunnen tijdelijk geruisloos overschreden worden; niemand die het ziet. Maar de rijkdom van de ecosystemen wordt aangetast. Bij een aangehouden overbelasting, en daar zijn we al een tijd mee bezig, worden ecologische pijngrenzen doorboord. Gevaarlijke kettingreacties komen dan op gang, zoals een globale opwarming die zichzelf versterkt – ook als geen mens nog broeikasgas uitstoot. “Daarom mogen we deze afspraak met de geschiedenis niet missen”, besluiten Keytsman en Jones. Deze laatste doorkruist intussen het land met lezingen. Zijn programma consulteer je op http://www.petertomjones.be.

Bart Coenen

Uit: Seizoenen juni-juli 2007. Seizoenen is het tijdschrift van VELT.

Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag