april 2007
Monthly Archive
donderdag 26 april 2007
Onderstaande recensie verscheen in de PALA-brief. Dat is een gratis e-brief die regelmatig inzoomt op de problemen van onze gobaliserende wereld, op de mogelijke alternatieven en op hoe de wereld werk maakt van verbetering. Abonneren op de nieuwsbrief kan hier.
HET KLIMAATBOEK. Pleidooi voor een ecologische omslag
Els Keytsman en Peter Tom Jones zijn de co-auteurs van dit boek. Wat is dat toch met al die pleidooien? Misschien dat het in het publieke debat voor veel mensen terug over iets mag gaan.
Natuurlijk zijn de nakende verkiezingen in België mee verantwoordelijk voor deze publicatie. Beide auteurs zijn immers kandidaat voor Groen! Maar het kan geen kwaad als kandidaat-politici inhoud serveren.
Ons klimaat slaat op hol is hun uitgangspunt in dit boek. Dat wordt ingebed in de noodzaak van een revolutie naar een ecologische economie omdat we nu op te grote voet leven.
Het tweede, grootste deel concentreert zich op oplossingen. De titel spreekt van realistische ecologische oplossingen. Of de lezer(es) het daarmee eens kan zijn, zal sterk verschillen. Echter, om het even welke partijen straks een regering vormen, allemaal zullen ze – liefst snel – met antwoorden moeten komen op de ecologische uitdagingen, en de sociale én economische problemen die daarmee gepaard gaan. Het is dan een goede oefening om deze kleine catalogus door te nemen, met zijn keuze voor een energieomslag, met het klimaatplan van de partij, met hoofdstukken over ecodesign, over wonen (het 1 literhuis en huizen die energie produceren), werken en ondernemen, vervoer…
Het boek eindigt met de noodzaak van een ecologische omslag, de opsomming van tien concrete engagementen en het voorstel van een ecologisch klimaatpact.
Die laatste term is wat dubbel en biedt stof voor een kritische kanttekening bij het boek. Want wat is het nu? Een ecologisch pact dat ons op weg ze naar een ecologische economie? Of ‘slechts’ een klimaatpact dat misschien beter in de politieke markt ligt nu de gevoeligheid voor de opwarming van de aarde de jongste tijd sterk is gestegen. Wie voor klimaat kiest, reduceert sterk het ecologische thema.
Het boek wil wel breed gaan, én in dit geval is dat ook diep gaan, maar kiest toch niet voluit tussen deze twee. Laat het ook maar voorwerp van debat zijn.
vrijdag 20 april 2007
Posted by Els Keytsman under
Zonder categorie
1 reactie
Het is gewoon onaanvaardbaar om de kerncentrales langer open te houden dan gepland in de wet op de kernuitstap, vooral omdat de gemiddelde leeftijd van een kerncentrale wereldwijd maar 21 jaar bedraagt. De kerncentrales worden dus het best gesloten zoals is vastgelegd in de wet op de kernuitstap. De risico’s van terrorisme en ongelukken zijn te groot en de problemen met het nucleaire afval onoplosbaar op korte of middellange termijn. Ondertussen moet de regering een belasting heffen op boekhoudkundig afgeschreven centrales, en de opbrengst daarvan willen we in een Sociaal Klimaatfonds stoppen.
Het hoofdstuk “Kernenergie is een probleem” uit Het klimaatboek werd gepubliceerd in de Liberales-nieuswbrief nr. 168, en staat gepubliceerd op de website van deze denktank. Lees hier het hoofdstuk.
dinsdag 17 april 2007
Posted by Els Keytsman under
pers
[6] Comments
Dit artikel van Wetstraatjournaliste Liesbeth van Impe verscheen in De Morgen van dinsdag 17 april 2007. (Het artikel bevat een kleine fout: Tom is uiteraard onafhankelijk kandidaat op de Senaatslijst voor Groen!, en geen Oostvlaams lijsttrekker).
“Natuurlijk kan ik zeggen welke klimaatmaatregelen we moeten nemen. Ik weet alleen niet hoe ik daarna nog verkozen moet raken.” Die boutade van sp.a-minister van Leefmilieu Bruno Tobback is aan de groenen duidelijk niet besteed. Al hebben ze van sp.a wel geleerd dat groen ook sociaal moet zijn.
Els Keytsman, die eerder al het groene klimaatplan uittekende, en Peter Tom Jones, lijsttrekker in Oost-Vlaanderen (sic: 2e plaats Senaat!) op 10 juni, leggen met hun Klimaatboek een plan op tafel vol concrete maatregelen om de klimaatopwarming af te remmen.
Ambitieus is het plan zeker: over 45 jaar moeten we in België 90 procent minder broeikasgassen uitstoten. Alle sectoren zullen daaraan moeten meewerken. “Premier Verhofstadt zegt dat de industrie al veel gedaan heeft en dat het nu aan de gezinnen is. Maar de industrie is nog altijd goed voor 30 procent van de uitstoot en dus zal ook daar iets moeten gebeuren”, haalde Keytsman een van de nieuwe pleitbezorgers van het klimaat onderuit.
Hoe langer we wachten, hoe gevaarlijker het wordt, is de stelling van Groen!. En dus moet het klimaat na 10 juni met urgentie op de agenda gezet worden. “Er moet een klimaatwet komen, met duidelijke doelstellingen per jaar. Een regering moet daarop afgerekend kunnen worden”, zegt Keytsman. Recente cijfers ondersteunen ook die roep om snelle maatregelen: “Uit alles blijkt dat we al veel inspanningen zullen moeten doen om de opwarming van de aarde niet veel meer dan twee graden te laten bedragen.”
Voor Groen! gaat het niet alleen om lijfsbehoud, maar ook om sociale rechtvaardigheid. “Het zijn de regio’s die het minst broeikasgassen uitstoten die het snelst in de problemen komen, zoals zwart Afrika en de grote delta’s, zoals in Bangladesh.” Maar ook voor de binnenlandse oplossing hebben de groenen permanent oog voor ’sociale’ oplossingen. “Er moet een sociale toets komen voor elke maatregel”, zegt Jones. Zo wil Groen! eerder met slimme heffingen en verhandelbare quota werken dan zware nieuwe belastingen in te voeren.
Een picnictaks op wegwerpbestek, zoals de paarse regering onder de noemer klimaatmaatregelen invoerde, zal volgens Groen! duidelijk niet volstaan. “Gerommel in de marge en zelfs stapsgewijze verbeteringen zijn niet voldoende”, zegt Jones. “Er is nu een totaalanalyse en en globale aanpak nodig.”
Daarom wil Groen! niet alleen een minister van Klimaat in de volgende regering maar dat moet het liefst ook een vicepremier zijn, die kan wegen op de regering. Want voor Groen! staat vast dat ook onpopulaire maatregelen nodig zijn. “Energie-efficiëntie is zeer belangrijk, maar we moeten ook naar een economie van het genoeg. We zullen met zijn allen beduidend minder energie moeten gebruiken.”
Opvallend was dat Groen! zich bij de voorstelling van het boek goed liet omringen. Niet alleen Greenpeace kwam het plan toejuichen maar ook de ACW-studiedienst. Vanuit de wetenschappelijke wereld leende klimaatspecialist Jean-Pascal van Ypersele zijn pen voor het voorwoord.
dinsdag 17 april 2007
Op de officiële voorstelling van Het Klimaatboek sprak ook Karen Janssens, campaigner klimaat en energie bij Greenpeace België. Hieronder volgt een verkorte versie van haar tussenkomst.
Aan het begin van het voorbije weekend sneuvelde alweer een weerrecord. Met 25,2 graden in Ukkel was het vrijdag de warmste 13de april sinds de metingen in 1833 van start gingen. De kans is groot dat als ik u pas volgende maand te woord had gestaan, ik in mijn inleiding eveneens had kunnen refereren aan een zeer recent extreem weerfenomeen.
Klimaatverandering slaat ons immers letterlijk om de oren en wordt ook hier elke dag nadrukkelijker voelbaar. Het is daarom ook niets te vroeg dat Els Keytsman en Peter Tom Jones hun Klimaatboek publiceren. Misschien vraagt u zich af waarom juichen om nog wat literatuur over het klimaat, terwijl we vandaag de dag dagelijks iets horen of lezen over de opwarming van de aarde?
Wel, de meerwaarde van dit boek is dat het een stap verder gaat dan een beschrijving van de wetenschappelijke stand van zaken met betrekking tot klimaatverandering. Het legt het accent – in tegenstelling tot bvb de film of het boek van Al Gore- op een heel concreet oplossingsgericht stappenplan om hier en nu daadwerkelijk iets te doen aan de opwarming van de aarde.
Keytsman en Jones hebben in hun boek eigenlijk ecologische economie in de praktijk toegepast. Dat is meteen de grootste sterkte van het boek, de ecologische economie schept een kader dat de meeste politici of opiniemakers niet durven hanteren, uit schrik voor impopulariteit. Dat kader is de filosofie van het genoeg. Of om het met hun eigen woorden te zeggen: “eco-efficiëntie zonder sufficiëntie is contraproductief”. De schrijvers wijzen onze Westers gulzige levensstijl met de vinger, evenals de ongelimiteerde economische groei. Op termijn willen ze niet alleen de CO2-uitstoot maar ook het totale materiaalgebruik van de westerse economieën zien dalen met een factor 10. Met 90% dus.
Dit is wat het klimaatplan van de auteurs anders maakt dan vele andere klimaatplannen die vandaag de dag circuleren. Wat op het eerste gezicht misschien straf en onhaalbaar lijkt, is nochtans een logische noodzaak. Een klein voorbeeld uit het boek ter illustratie: de VS neemt met 5% van de bevolking 25 % van de wereldwijde CO2-uitstoot voor haar rekening. De gemiddelde jaarlijkse CO2-uitstoot per burger bedraagt er 20 ton CO2. De gemiddelde jaarlijkse CO2-uitstoot per Belg bedraagt 14,3 ton.
Als we van het morele beginsel uitgaan dat elke mens op deze wereld een even groot recht heeft op de natuurlijke rijdkommen, dan schat het VN-klimaatpanel, een duurzaam emissieniveau op ongeveer 1,7-ton CO2-uitstoot per wereldburger per jaar. Zowel de VS als Europa zitten daar dus vele malen boven. Ondanks het feit dat wij in het Westen de grootste bijdrage leveren aan klimaatverandering, is het vooral de bevolking in het Zuiden die eronder te leiden heeft. Het klimaatprobleem is dus niet enkel een ecologisch probleem maar stelt ons ook voor een sociaal en moreel dilemma.
Vandaar dus het logische en noodzakelijke pleidooi voor sufficiëntie en consuminderen. In concreto betekent dit: niet alleen pleiten voor vervangen van benzine en diesel door plantaardige olie – een algemeen populair discours vandaag de dag- maar tegelijkertijd pleitten voor een radicale omslag in het transportbeleid naar minder autogebruik en een veel resolutere keuze voor fiets en openbaar vervoer. Ook binnen de elektriciteitsproductie, is er een energierevolutie noodzakelijk: er is geen plaats meer voor kerncentrales noch steenkoolcentrales maar wel voor kleinschalige decentrale elektriciteitsproductie op basis van hernieuwbare energie, op maat van mens en milieu. Greenpeace gaf recent nog een rapport uit dat bewijst dat dergelijke post-fossiele energierevolutie niet alleen in België maar ook op wereldschaal perfect haalbaar is. Het klimaatplan dat Groen! In het boek ontplooit, komt in grote lijnen overeen met de eisen die Greenpeace stelt naar de volgende regering toe.
Mocht het nog niet het geval zijn, dan wordt het u na het lezen van dit boek gegarandeerd duidelijk: gewoon voortdoen zoals we bezig zijn is absoluut geen optie. Als u niet houdt van de ideeën die in dit boek naar voren geschoven worden, daag ik u uit om er een aantal betere te bedenken. Ik feliciteer Els Keytsman en Peter Tom Jones alvast van harte voor het feit dat ze ons met dit heldere en inzichtelijke boek een geweten schoppen.
maandag 16 april 2007
Sofie Put is adviseur duurzame ontwikkeling en Europa – studiedienst van het ACW. Op de officiële voorstelling van ‘Het klimaatboek’ sprak ze in naam van het ACW. Hieronder een samenvatting van haar feedback op het boek, zoals weergegeven op de persconferentie van maandag 16 april.
Het boek gaat uit van een lange termijn visie, van een visie van duurzame ontwikkeling: “een ontwikkeling die blijft duren” , die houdbaar is. De auteurs doen dit via een wetenschappelijke onderbouw; deze van de ecologische economie. Te bereiken doel én tevens noodzaak is een dematerialisatie van de economie en een koolstofvrije energieproductie.
Op basis daarvan, en dus niet via een lukrake opsomming van allerlei korte termijnmaatregeltjes leggen de auteurs een beleidspakket voor.Dit beleidspakket is integraal, duidelijk en transparant van aanpak. Het klimaatbeleid dat tot nog toe in dit land gevoerd werd en wordt, draagt die kwaliteiten niet in zich.
Het boek beschrijft hiervan een typerend voorbeeld: het gebruik van de verschillende energiefondsen in dit land. Er zijn vandaag 6 federale energiefondsen. In alle federale fondsen zit ongeveer 280 mio euro. Niet alleen veroorzaken al die verschillende fondsen een verspilling van de middelen en personeel; het overgrote deel van het geld is bevroren of wordt vaak niet gebruikt waarvoor het is bedoeld.De fondsen werken naast mekaar en de middelen van elk afzonderlijk zijn te beperkt om de doelstellingen te bereiken.
De auteurs slagen er wel in die coherente aanpak voor te leggen. Dit is vooral te danken aan een consequente uitwerking van die wetenschappelijke basis waarmee het boek start.
Binnen het ACW wordt duurzame ontwikkeling hertaald via onze fundamentele doelstellingen: sociale rechtvaardigheid, democratie en participatie.En het zijn net die klemtonen die als rode draden doorheen het beleidspakket in dit boek terug te vinden zijn. Het is ook met deze bril op dat ik enkele beleidsvoorstellen van de auteurs ga aanhalen.
De gevolgen van de klimaatverandering treffen eerst én vooral de allerzwaksten, zowel op mondiaal niveau als in onze eigen samenleving. Het milieu- en het klimaatprobleem wordt door de auteurs correct gezien als een ethisch, sociaal en politiek probleem. Het principe van sociale rechtvaardigheid vormt een uitgangspunt van de voorgestelde beleidsaanpak; energiearmoede wordt uitvoerig behandeld in dit beleidspakket. Dit is een belangrijke meerwaarde: sociale rechtvaardigheid betekent nl. meer dan energiescans bij enkele minder begoede woningen uitvoeren en dan wat tochtstrips aanbrengen. Sociale rechtvaardigheid heeft nood aan structurele maatregelen.
“Energie is een basisbehoefte en moet dus ook als een basisrecht aanzien worden”. De klimaatverandering indachtig moet “duurzaam kunnen omgaan met energie” het te verwerven basisrecht worden. Hiervan zijn we echter nog ver verwijderd. De auteurs stellen een aantal sociale maatregelen voor die dit willen bewerkstelligen. Focus ligt op energiearmen, op huurders en ook op de consument in het algemeen.
Een beleid heeft pas kans op slagen als het vaste grond bij de bevolking vindt.De noodzakelijke ecologische omslag die nu gemaakt moet worden behoeft niet alleen draagvlak bij de bevolking; de mensen moeten ook participatief betrokken worden bij de aanpak. Participatie is een noodzakelijke voorwaarde om te komen tot democratie. Ook dit hebben de auteurs begrepen: het beleidsplan is doorweven met structurele maatregelen waarin de consument, het individu de handelende actor is.
Hernieuwbare energie komt pas echt tot haar recht in decentrale productie zoals bij een lokale of regionale economie, in autonome verbanden, in vormen van zelfvoorziening van gezinnen, bedrijven, wijken en regio’s. Kiezen voor energieveiligheid is dus kiezen voor energieautonomie. Hernieuwbare energiedragers dragen een enorm potentieel aan autonomie en zelfbeschikking in zich. Zowel voor landen als voor individuele burgers geldt dat democratie en zelfbeschikking maar verzekerd kunnen blijven als er voldoende autonomie is inzake energietoevoer.
Het voorgestelde beleidsplan is doordacht, structureel en sociaal duurzaam. Met sociale rechtvaardigheid, participatie en democratie als uitgangspunten én leidraden heeft én verdient het ook alle kansen op slagen.
maandag 16 april 2007
Posted by Els Keytsman under
activiteit
Geef een reactie
Vandaag hebben Tom en Els hun boek “Het klimaatboek” officieel voorgesteld. Onder ruime persbelangstelling zetten de twee auteurs in Rotonde 1 van het federaal parlement kort de inhoud uiteen van het klimaatboek.
Tom gaf kort een overzicht van de wetenschappelijke stand van zaken, en zette ook het denkkader van de ecologische economie uiteen: een economie die rekening houdt met biofysische grenzen, die herverdeelt en die pas dan beroep doet om het markmechanisme. Overheden gebruiken een goede mix aan instrumenten: sociale, juridische en financiële.
Els bracht wat meer in detail enkele voorstellen uit het boek. Passiefhuizen als nieuwe norm voor nieuwbouw en zeker nu al voor sociale woningbouw, een drastisch renovatieprogramma voor bestaande huizen, te beginnen met de gezinnen met een laag inkomen wat betreft wonen. Meer investeren in openbaar vervoer, autodelen en de radicale keuze voor meer fiets, ambitieuze normen voor nieuwe wagens zoals de 1 liter wagen, en in de toekomst individuele vliegquota, wat betreft mobiliteit. Industriële ecologie als strategie voor werken & ondernemen, waarbij geen afval meer wordt geproduceerd en groene bedrijfswagens wat betreft de industriële ondernemen. En tot slot natuurlijk de strategie om te komen tot een energieproductie geschoeid op hernieuwbare leest: het enorme potentieel aan wind, zon en biomassa benutten. Het elektriciteitsnetwerk van de toekomst zal lijken op Internet: veel meer decentraal, met een combinatie van grootschalige windfarms en zonneparken, en micro-WKK, PV-panelen en zonneboilers. Veel consumenten zullen tegelijk ook producenten van energie zijn.
Daarna reageerde professor Jean-Pascal Van Ypersele. Deze wetenschapper is lid van het VN-klimaatpanel IPCC, en zette nog eens uiteen wat dat panel doet. Ontluisterend was dat al meer dan een decennium de wetenschappers aan de alarmbel trekken, maar dat de politiek, ondanks de grotere belangstelling bij steeds meer partijen, nog steeds veel te weinig doet om een klimaatcatastrofe tegen te gaan.
Karen Janssens van Greenpeace was zeer blij met het concrete beleidsplan dat in Het klimaatboek werd uitgetekend. Veel van de voorstellen gaan ook samen met het memorandum van Greenpeace inzake klimaat en energie. “Wie het niet eens met de voorstellen, of sommige maatregelen maar niets vindt, mag gerust andere voorstellen op tafel leggen” klonk het uitdagend.
Ook Sofie Put van het ACW sprak van een geïntegreerd beleidsverhaal, en was aangenaam verrast te zien dat de rode draad door alle beleidsvoorstellen een sociaal verhaal is. Het boek is een pleidooi voor een ecologische omslag vanuit een integrale visie op een ecologische economie, met sociaal rechtvaardige oplossingen. Het boek is daarmee een positief verhaal met nieuwe kansen voor werkgelegenheid en echte levenskwaliteit.
zaterdag 14 april 2007
Posted by Els Keytsman under
pers
Geef een reactie
Dit opiniestuk van Peter Tom Jones verscheen in De Tijd van 13 april 2007. Het gaat over de wijze waarop klimaatsceptici te werk gaan. Het stuk verwijst ook naar de politiek-maatschappelijke traagheid en onwil om de globale opwarming aan te pakken.
De loopgravenoorlog van de klimaatsceptici
De globale opwarming vormt een gewichtig probleem voor mens en milieu, blijkt uit verschillende recente rapporten. Er is dringend nood aan actie, de speeltijd is voorbij. Nochtans blijven de politiek-maatschappelijke traagheid en onwil immens, en proberen klimaatsceptici hun gelijk door te voeren.
De globale opwarming vormt een gewichtig probleem voor mens en milieu. Dat werd vorige week nog maar eens bevestigd, toen het tweede deel bekendgemaakt werd van het Vierde Evaluatierapport van het Intergouvernementeel Panel inzake Klimaatverandering (IPCC) van de Verenigde Naties dat de impact van klimaatwijzigingen beschrijft. Uit het eerste deel was een maand geleden al gebleken dat de (gevaarlijke) grens van 2 graden opwarming ten opzichte van de pre-industriële temperatuur ‘bijna zeker’ nog deze eeuw overschreden zal worden. In afwezigheid van krachtdadige actie geven de rapporten een somber toekomstbeeld. Wij staan voor een historisch kruispunt. Nochtans blijft de politiek-maatschappelijke traagheid en onwil immens en blijven klimaatsceptici proberen hun gelijk door te voeren.
Het is bekend dat klimaatsceptici gedurende de laatste decennia een bitsige loopgravenoorlog hebben gevoerd, een gevecht waarbij zij gaandeweg terrein hebben moeten prijsgeven. Eerst opperden ze dat het klimaat helemaal niet opwarmt. Toen dat onmiskenbaar weerlegd kon worden, spitsten ze de aandacht toe op de oorzaken van de opwarming. Vervolgens, toen duidelijk werd dat de (industriële) mens de hoofdverantwoordelijke is, begon men vooral te discussiëren over de economische kant van de kwestie. Heeft het wel zin actie te ondernemen?
verantwoordelijkheid
De nieuwe rapporten van het VN- klimaatpanel verzetten de bakens in dat debat. Vorige maand beslechtte het eerste deel van het VN-Evaluatierapport de discussie omtrent de verantwoordelijkheidsvraag. Klimaatsceptici van de eerste generatie, die nog steeds aanvoeren dat de opwarming vooral natuurlijke oorzaken heeft, hebben anno 2007 geen wetenschappelijke poot meer om op te staan. Wat men ook moge beweren in bepaalde populaire magazines, dat debat is voorbij, althans in de wetenschappelijke vakliteratuur. Getuige daarvan de stortvloed aan artikels in referentiebladen als Science en Nature.
Het is dan ook bijzonder jammer om als geëngageerd wetenschapper te moeten vaststellen hoe hardnekkig dat denken blijkt te zijn. Het scepticisme sluimert zowel bij extreemrechtse partijen als in liberale kringen. Het is een beetje zoals bij het debat tussen klassieke biologen en creationisten over Darwins evolutietheorie. Gaan we in de toekomst voor elk debat waar een bioloog aan deelneemt, ook een creationist uitnodigen?
De tweede generatie klimaatsceptici staat een stap verder. Zij beseffen terdege dat de aarde opwarmt en dat de mens grotendeels verantwoordelijk is. Hun belangrijkste argument is dat het nemen van drastische klimaatmaatregelen economisch gezien weinig zinvol is. De positieve gevolgen van een krachtig beleid – de reductie van broeikasgassen bijvoorbeeld – worden immers pas zichtbaar in een verre toekomst. Monetair omgerekend naar een geldwaarde vandaag zou het sop de kool niet waard zijn. Hun conclusie luidt dat het veel zinvoller is de gevolgen af te wachten en vooral geld te spenderen aan aanpassingsmaatregelen (adaptatie).
Als men echter gebruik zou maken van lagere discontovoeten, komt men tot totaal andere conclusies. Bijvoorbeeld: Nicholas Stern gebruikte in zijn (inmiddels bekende) studie een zeer lage discontovoet (0,1%). Op die manier kwam hij tot de conclusie dat ‘niets doen’ een economische recessie zou teweegbrengen: een jaarlijks verlies van 5 tot 20 procent van het bruto mondiaal product. Dat toont meteen aan hoe gevoelig economische berekeningen zijn voor de precieze aannames die men maakt. Bovendien wordt in dat type van analyses geen rekening gehouden met de volgende ethische beschouwing: de landen die gedurende de laatste 200 jaar voor de grootste uitstoot verantwoordelijk waren, zijn niet de landen waar vandaag en morgen de slachtoffers vallen (onder meer de Aziatische megadelta’s en zwart Afrika). Dat is een van de kernboodschappen van het jongste IPCC-rapport.
Klimaatsceptici van de tweede generatie gaan volledig voorbij aan dat onrecht. Die kwetsbare regio’s beschikken niet over de middelen om zich aan te passen aan de toekomstige droogte (Afrika) of aan de stijging van de zeespiegel (megadelta’s). Een succesvol aanpassingsbeleid – noodzakelijk om de VN-Millenniumdoelstellingen te halen – vereist financiële hulp van de rijke landen.
contraproductief
Aanpassing is ook nodig in de rijke landen. Als gevolg van de traagheid in het klimaatsysteem zullen we sowieso te maken krijgen met een opwarming die grote effecten zal teweegbrengen. De komende tien tot veertig jaar is het daarom van vitaal belang aanpassingen door te voeren, want het zal decennia duren vooraleer de maatregelen voor broeikasgasreducties vruchten afwerpen.
Nochtans is adaptatie schromelijk onvoldoende. Adaptatie zonder te vermijden dat de opwarming te snel en te sterk verloopt (mitigatie) is contraproductief, de tweede kernboodschap van het jongste IPCC-rapport. De milieuschade en de economische kosten zullen dermate hoog oplopen dat drastische maatregelen om de uitstoot van broeikasgassen vanaf nu te verminderen, zich wel degelijk aandienen. Waar we vandaag behoefte aan hebben, is zowel mitigatie als adaptatie. En/en in plaats van of/of.
Zoals het Belgische IPCC-lid Jean-Pascal Van Ypersele heeft aangegeven, moeten we komen tot reductiedoelstellingen die het mogelijk maken de CO2-concentratie te stabiliseren op 400 ppm, terwijl we nu aan circa 380 ppm zitten. Een tijdelijke overschrijding van die limiet mag worden getolereerd, maar dan moet die concentratie snel naar beneden. Op mondiaal vlak moet daarom dringend werk worden gemaakt van een verregaand post-Kyotoakkoord, waarin men voor de periode na 2012 op een ‘rechtvaardige’ wijze alle landen ter wereld betrekt. Rijke landen zullen het voortouw moeten nemen.
Pas als wij onze uitstoot drastisch doen dalen (met 30% tegen 2020, met 80 à 90% tegen 2050), kunnen we van landen als China, Brazilië en India verwachten dat zij overschakelen naar een lagekoolstofeconomie. Hoe sneller die duurzaamheidstransitie wordt ingezet, hoe groter de kans dat het doemscenario wordt vermeden.
Op nationaal en Vlaams niveau kunnen wij mee het initiatief nemen. Zo’n ecologische omslag biedt bovendien heel wat kansen op het vlak van nieuwe werkgelegenheid in de ecotechnologische sector. De speeltijd is voorbij. De tijd is gekomen om een moedig en vooruitziend beleid te voeren, vooraleer het definitief te laat is.
vrijdag 13 april 2007
Posted by Els Keytsman under
pers
Geef een reactie
Dit artikel verscheen in De Standaard van 13 april naar aanleiding van de Groen!-persconferentie in Leuven, waar de kandidaten voor de federale verkiezingen officieel werden voorgesteld.
LEUVEN – Leuvenaar Peter Tom Jones, die als onafhankelijke tweede staat op de senaatslijst voor Groen!, heeft vrijdag bij de voorstelling van het partijprogramma van Groen! in Leuven gepleit voor een verschuiving van de fiscale druk van arbeid op het gebruik van natuur. De KUL-onderzoeker industriële ecologie is de co-auteur van het Klimaat Boek dat maandag aan de pers wordt voorgesteld.
Jones bepleitte onder meer de invoering van een “slimme kilometerheffing” die rekening houdt met de milieuvriendelijkheid van de auto, de plaats en het tijdstip. “De opbrengst dient gestort te worden in het Sociaal Klimaatfonds waarmee woningrenovaties door sociaal minstbedeelden betoelaagd moeten worden. Hun woningen zijn doorgaans het slechtst geïsoleerd”, aldus Jones. Hij pleitte ook voor het gedeeltelijk terugbetalen van de registratierechten voor ecologische renovaties.
Klimaatwet
Groen! eist verder een klimaatwet met duidelijke doelstellingen op het vlak van reductie van de uitstoot van broeikasgassen. Tegen 2020 moet er een vermindering zijn met 30 procent, tegen 2050 met 80 procent.
De partij eist ook de aanstelling van een vice-premier voor klimaat en energie met “serieuze bevoegdheden en portefeuille”. Ons land moet verder een ernstig impulsprogramma op touw zetten voor het gebruik van energie uit zon, wind en warmtekrachtkoppeling.
Volgens Jones is Groen! de enige partij die geloofwaardig is als het erop aankomt maatregelen te nemen die de opwarming van de aarde afremmen. “We moeten tegelijk de nodige maatregelen nemen om ons aan te passen aan het opwarmend klimaat. Daarnaast blijft ook een drastische reductie in de broeikasgasuitstoot absoluut noodzakelijk. Op mondiaal niveau moet tegen 2050 60 procent minder uitgestoten worden, in het noorden 80 tot 90 procent minder. Strijd tegen de opwarming is ook sociaal vermits vooral de sociaal zwakkeren getroffen zullen worden.”
vrijdag 13 april 2007
Posted by Els Keytsman under
activiteit
Geef een reactie
Groen! Antwerpen organiseert een exclusieve boekvoorstelling van Het Klimaatboek. Sprekers zijn Meyrem Almaci, Dirk Geldof en auteur Els Keytsman.
dinsdag 17 april – 20.00 uur – de Groene Waterman, Wolstraat 7, 2000 Antwerpen
vrijdag 13 april 2007
Posted by Els Keytsman under
activiteit
Geef een reactie
Uitgeverij EPO organiseert een persconferentie voor de officiële boekenvoorstelling. Sprekers zijn Prof. Jean-Pascal van Ypersele, Sofie Put (ACW-studiedienst), en Karen Janssens (Greenpeace) en auteurs Els Keytsman en Peter Tom Jones.
Wie er graag bij is, stuurt een mailtje naar jos.hennes@epo.be
maandag 16 april, Rotonde 1 van het Federaal Parlement, Leuvenseweg 21, 1000 Brussel, 10u30-12u
Volgende pagina »